SG_algemeen

Griekse en Latijnse Taal en Cultuur

2018-2019

In de bachelor Griekse en Latijnse taal en cultuur word je opgeleid tot een expert op het gebied van de Klassieke Oudheid. Je leert de klassieke talen grondig kennen en analyseert teksten die al vele eeuwen tot de absolute top van de wereldliteratuur behoren. Daarnaast bestudeer je de cultuurgeschiedenis van de Oudheid en de doorwerking hiervan tot in onze tijd.

Info

Niveau Bachelor
Taal Nederlands
Duur 3 jaar
Vorm Voltijd
Studiepunten 180 EC
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Bachelor Griekse en Latijnse Taal en Cultuur, 1e major Grieks met 2e major Latijn
Omschrijving
Dit is bestemd voor oudere jaars studenten GLTC die gekozen hebben voor
een combinatie van twee majoren (Geen instroom voor de
tweemajorenstructuur vanaf 2017-2018 meer mogelijk).
De tweemajorenstructuur wordt beƫindigd op 31-8-2020. In 2018-19 wordt
voor het laatst het 3e jaar aangeboden van de tweemajorenstructuur.
1e major Grieks met 2e major Latijn, 3e jaar
Omschrijving
Volg de verplichte onderdelen, minimaal 30 stp minoronderdelen en kies
Latijnse literatuur: Horatius of Early Christian Studies, kies Major
tentamen Grieks of Major tentamen OCGL, en kies een scriptie
Grieks of scriptie OCGL.
Naam vak Periode Credits Code
Bachelorscriptie colloquium Griekse en Latijnse Taal en Cultuur P3+4+5+6 3EC L_XABAGLTCOL
Griekse literatuur: Euripides P4+5 6EC L_XGBAGRI304
Excursie Grieks en Latijn P4+5+6 3EC L_XABAGLT302
Griekse en Latijnse taal en cultuur Minor
Omschrijving
In ieder bachelorprogramma is een profileringsruimte van 30 stp
opgenomen in het eerste semester van het derde studiejaar. De
profileringsruimte (ook wel minorruimte genoemd) is bestemd voor studie
in het buitenland, de educatieve minor, een stage, voor keuzevakken of
voor een samengesteld samenhangend pakket van vakken: een minor.
Een minor is bedoeld ter verbreding of verdieping van de eerste major of
de combinatie van majoren. Studenten kunnen deze ruimte invullen met
onderdelen die passen bij de eigen ambities, interesses en kwaliteiten
en/of met vakken die gelden als ingangseis voor een bepaalde master.

Een verbredende minor heeft geen voorkenniseisen en geeft een
kennismaking met of inleiding op een vakgebied en kan interdisciplinair
zijn.

Studenten die de profileringsruimte niet invullen met een vaststaand
minorpakket maar met losse keuzevakken moeten rekening houden met
onderstaande randvoorwaarden:
- Maximaal 6 stp mogen op niveau 100 zijn
- Minimaal 12 stp moeten op niveau 300 zijn
- De overige 12 stp moeten op niveau 200 of 300 zijn
Het niveau van elk vak staat bij de desbetreffende vakbeschrijving
aangegeven.
De examencommissie moet altijd vooraf goedkeuring geven aan een door de
student zelf samengesteld geheel van keuzevakken.