Archeologisch veldwerk, West-Europa 3

2018-2019

Doel vak

Opdoen van praktijkervaring in het uitvoeren van surveys en opgravingen:
 een kritische houding ontwikkelen tov Programma’s van Eisen
(Nederlandse opgravingen) en van te voren geformuleerde vraagstellingen;
 in staat zijn om grondsporen/features zelfstandig te ‘lezen’ en
interpreteren en daarover op een heldere manier te rapporteren;
 verder ontwikkelen van veldwerktechnieken waarbij het mogelijk is om
zich te specialiseren op één gebied;
 verder ontwikkelen van kennis mbt het interpreteren van
opgravingsresultaten (feature-analyses en materiaalanalyse);
 terugkoppelen van opgravingsresultaten aan de vraagstellingen (in het
Programma van Eisen).

Inhoud vak

Veldwerkstage.

Onderwijsvorm

Deelname aan een opgraving in Nederland/NW-Europa gedurende 5 weken.

Toetsvorm

Schriftelijk verslag en veldwerkkaart (zie 'Handleiding Veldwerk').
Beoordeling in cijfers (0-10).

Vereiste voorkennis

Inleiding in de veldarcheologie (L_BEBAARC104; 4 weken);
Materiaalpracticum II en Veldwerk.

Doelgroep

3e-jaars Archeologie of Oudheidkunde (met de benodigde veldwerkervaring)

Overige informatie

Alleen als deel van het minoraanbod. Zie verder Handleiding Veldwerk.

Algemene informatie

Vakcode L_BEBAALG003
Studiepunten 6 EC
Periode Ac. Jaar (sept)
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. J.G. Aarts
Examinator drs. A.M. van Hilst
Docenten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: