Creatief schrijven

2018-2019

Doel vak

Studenten inzicht geven in literaire technieken ten behoeve van het
schrijven van fictie. Studenten inzicht geven in hoe fictie werkt. Het
leren nadenken over wat een personage in een roman of verhaal is en het
personage ook in een historische literatuurwetenschappelijke context
kunnen plaatsen. Het kunnen benoemen en zelf omgaan met zaken als het
vertelperspectief en de vrije indirecte rede. Het zelf schrijven van een
afgeronde fictionele tekst, dat wil zeggen: een kort verhaal of een
romanfragment.

Inhoud vak

In een reeks colleges krijgt de student uitleg over de verschillende
technieken die in fictionele teksten worden gebruikt. Dat gebeurt aan de
hand van de opgegeven literatuur, door middel van oefeningen en door
middel van het zelf schrijven van een fictionele tekst die elke week in
omvang groeit. De aandacht ligt vooral op verbetering en ontwikkeling
van een eigen stijl, alsmede op het creëren en bestuderen van verhaal-
en romanpersonages. Een gastschrijver neemt een deel van de colleges
voor zijn/ haar rekening.

Onderwijsvorm

Hoor- en werkcollege waarin de docent uitleg geeft en er feedback wordt
gegeven op de door de studenten thuis geschreven teksten. Bovendien
worden er tijdens de bijeenkomsten schrijftechnische opdrachten
uitgevoerd en literaire fragmenten gelezen, besproken en toegelicht. Er
zijn twee bijeenkomsten per week: eenmaal 3 uur hoor-/werkcollege en
eenmaal 3 uur practicum of spreekuur of excursie.

Toetsvorm

1) Actieve participatie en aanwezigheid: de student moet mee kunnen
discussiëren en er blijk van geven dat hij/ zij met inzicht kan praten
over de in de oefeningen behandelde schrijftechnieken, 2) een afgeronde
fictionele tekst, 3) tentamen waarin fictietechnieken moeten kunnen
worden herkend, benoemd en toegepast. Zowel de fictionele tekst als het
tentamen moeten afgerond worden met een voldoende. De tekst telt mee
voor 60% en het tentamen voor 40%.

Vereiste voorkennis

geen

Literatuur

James Wood, How Fiction Works, Jonathan Cape, London, 2008 of de
Nederlandse vertaling Hoe fictie werkt, Querido, Amsterdam 2012.

Doelgroep

1e jaars bachelor Literatuur en Samenleving: Nederlands. Andere
belangstellende studenten kunnen contact opnemen met de docent.

Overige informatie

Deze module is een verplicht vak in het eerste jaar. Er geldt een
verplichte aanwezigheid. De module sluit aan bij de modules Nederlandse
literatuur in perspectief I en II en Literaire Analyse. Bij
dit vak hoort de verkenningsmodule. Deelname aan deze module is
verplicht en wordt geregistreerd. Alle opdrachten moeten worden gemaakt
en op tijd ingeleverd. Als je aan deze eis niet voldoet, moet je
eerst aanvullende opdrachten doen voordat je het vak met succes kunt
afronden.

Algemene informatie

Vakcode L_ALBALES107
Studiepunten 6 EC
Periode P5
Vakniveau 100
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator prof. dr. J.H.C. Bel
Examinator prof. dr. J.H.C. Bel
Docenten prof. dr. J.H.C. Bel

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege, Practicum
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: