SG_algemeen

Geneeskunde

2019-2020

Welkom bij de opleiding geneeskunde aan de Vrije Universiteit 

Het onderwijsprogramma VUmc-compas, dat je gaat volgen is een goed programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele ontwikkelingen in de geneeskunde en onderwijskundige inzichten. Zo is in het derde studiejaar een Engelstalige minor opgenomen, die je de gelegenheid geeft om je te verbreden of te focussen op een specifiek onderwerp naar eigen keuze en naar het buitenland te gaan. Studenten hebben actief meegedacht en meegewerkt aan de ontwikkeling van het programma. 

VUmc-compas is competentiegericht en leidt artsen op die hun werk met compassie (meeleven) uitvoeren, vanuit een academisch perspectief. Het motto van het onderwijsprogramma is daarom: competent en met compassie. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en kritisch beoordelen. In de opleiding is specifieke aandacht voor het functioneren als arts in een multiculturele samenleving. Ik wens je veel succes en plezier met de opleiding toe en ben benieuwd naar je ervaringen. 

Prof. dr. Christa Boer
Directeur VUmc School of Medical Sciences 

De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde
De bacheloropleiding is opgebouwd uit drie opleidingsjaren.
Binnen de drie opleidingsjaren van de bachelor worden de volgende thema’s behandeld:
Jaar 1: de volwassen mens: basiskennis die nodig is om als arts te functioneren
Jaar 2: de ontwikkeling van de mens (man/vrouw) en de eerste beginselen van de ziekteleer
Jaar 3: mechanismen van ziekten en klinisch redeneren 

Ieder jaar van de bachelor omvat twee semesters. De semesters van de drie bachelorjaren, behalve het eerste semester van het derde jaar bestaan uit vijf cursussen. De laatste cursus in bachelorjaar 1 (B1) is de praktijkstage zorg. In bachelorjaar 2 (B2) volg je verspreid over een semester de praktijkstage huisartsgeneeskunde en de praktijkstage academische vorming.

In bachelorjaar 3 (B3) wordt de academische, klinische en wetenschappelijke vorming van de Bachelor afgesloten. Bachelorjaar 3 bestaat uit een minor- en een majorgedeelte. In het eerste semester is er ruimte voor profilering en verbreding van de student door een minor naar eigen keuze te volgen aan een Nederlandse of buitenlandse universiteit, gevolgd door een individuele bachelorthesis op een zelf gekozen onderwerp. In het tweede semester komen de mechanismen van veel voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de orde. Tijdens de gehele bachelor wordt onderwijs gegeven in Professionele Ontwikkeling. Dit onderwijs omvat onder meer communicatieve vaardigheden, academische vorming, professioneel gedrag, interculturalisatie, ethiek & recht. 

De basiseenheid van onderwijs in de bachelor is de week. Het programma van de week vormt inhoudelijk een geheel en gaat uit van patiëntenproblemen. Naast colleges zijn er per week twee practica, die gewijd zijn aan het aanleren van vaardigheden (professionele ontwikkeling en medisch expert). Deze zijn nodig voor de medische beroepsvoorbereiding of ze bieden verdieping en illustratie van de overige literatuur van de cursus. In alle jaren wordt wekelijks gewerkt aan studieopdrachten tijdens studiegroepbijeenkomsten. Door middel van dit activerende onderwijs leer je aanvankelijk simpele en later meer complexe problemen te analyseren en op te lossen. 

Onderwijsvormen van de bacheloropleiding 

Hoorcolleges
Tijdens het openingscollege wordt het weekthema ingeleid. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Tijdens de colleges wordt moeilijke studiestof nader toegelicht. Er worden verbanden gelegd tussen het patiëntprobleem, de studieopdrachten en de studiestof. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, de geneeskunde en in de maatschappij in relatie tot het weekthema en welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Ook wordt tijdens de colleges (Klinisch redeneercolleges) aandacht besteed aan het systematisch de complexe klacht van een patiënt te analyseren en via de diagnose tot een therapie te komen. De klinisch redeneercolleges worden ondersteund door de klinische redeneerpractica, waarin het klinisch redeneren onder leiding van een docent in klein groepsverband (max. 12 studenten) wordt geoefend. 

Studiegroepen
In de studiegroep (12 studenten) analyseer je een patiënt- of ander (bv. Pathofysiologisch) probleem op methodische wijze. Je leert onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken en verband te leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. In de eerste twee jaar zijn er in de eerste drie weken van een cursus per week twee studiegroepbijeenkomsten, in de laatste week één studiegroepbijeenkomst. Tijdens de eerste bijeenkomst vindt er een brainstorm plaats over de verschillende opdrachten van de week en tijdens de tweede bijeenkomst worden de uitgewerkte studieopdrachten gepresenteerd. In het derde jaar is er één studiegroep bijeenkomst per week, waarbij de opzet gebaseerd is op “team based learning” en begeleid door clinici. De uitkomsten/vragen uit deze studiegroepen worden besproken met een medisch specialist uit de discipline in meet-the-expert bijeenkomst. 

Studieopdrachten
Tijdens de studiegroep worden de studieopdrachten behandeld. Zij helpen je bij de bestudering van de stof en bij de ontwikkeling van het kritisch nadenken. Na de eerste bespreking van de studieopdrachten worden leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen worden aan de hand van de studieopdracht in groepjes van drie studenten uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je met behulp van de literatuur de studieopdrachten uit en bereid je een presentatie daarover. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je vervolgens de resultaten van je zelfstudie over jouw studieopdracht. 

Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben:
illustratie van de aangeboden stof;
verdieping van de literatuur;
aanleren van competenties;
voorbereiding op bepaalde praktijkdagen. 

Practica zijn kleinschalig en dienen in de meeste gevallen voorbereid te worden. 

Digitale werkvormen
Tijdens het onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van digitale werkvormen. Zo zijn een groot aantal practica gedigitaliseerd waarmee een meerwaarde bereikt is. 

Professionele ontwikkeling
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de onderwijslijn “Professionele ontwikkeling”. Het doel van deze onderwijslijn is om de algemene competenties die je nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te onderwijzen en te toetsen. Dit gebeurt zo veel mogelijk in een authentieke situatie. Deze competenties zijn ook van groot belang voor de vervolgopleidingen ,het streven is dan ook om zo goed mogelijk hierbij aan te sluiten. Het gaat hierbij om competenties in de volgende rollen, die je later als arts uitoefent: communicator, gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator, academicus en medisch expert. Voorts is het van belang goed te kunnen reflecteren op de omgang met eigen taken, met anderen en met jezelf, dit is de rol van reflector. Zoals eerder genoemd zijn de competenties geïntegreerd in het onderwijs. Zo is bijvoorbeeld de academische vorming door het gehele onderwijsprogramma vervlochten, met accenten tijdens de cursussen Arts en Patiënt 1 t/m 5, Medisch Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2. De bachelorthesis wordt aan het eind van het eerste semester van jaar 3 afgerond. Daarnaast kunnen de studenten kiezen voor één van de door de opleiding aangeboden Engelstalige minoren waar de wetenschappelijke vorming nadrukkelijke aandacht krijgt. 

In het onderwijsprogramma van de bachelor is de onderwijslijn professionele ontwikkeling vormgegeven in acht leerlijnen met de volgende onderwerpen: 

Leerlijn Professioneel gedrag
Leerlijn Patiëntveiligheid
Leerlijn Beroepskeuze en loopbaanoriëntatie
Leerlijn Communicatie
Leerlijn Reflectie
Leerlijn Ethiek & Recht
Leerlijn Interculturalisatie
Leerlijn Academische vorming 

Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT) waarin aan de hand van leerdoelen, die per cursus vastgesteld zijn, jouw kennis, inzicht en klinisch redeneren wordt getentamineerd. De parate kennistoets (PAK) toetst belangrijke kennis die een arts onmiddellijk paraat dient te hebben De toetsen stationstentamen (STAT) en stagebeoordeling (STB) toetsen de medische vaardigheden resp. functioneren in de medische praktijk. De groei van de Professionele ontwikkeling wordt getoetst via beoordelingen van Professioneel Gedrag (PG) en Portfolio (PTF). Met de Bachelorthesis laat je zien dat je in staat bent om op basis van door jou zelf uitgevoerd literatuuronderzoek een wetenschappelijke verhandeling in correct wetenschappelijk Engels uit te voeren. 

Praktijkstages
Zowel in het eerste als in het tweede opleidingsjaar volg je stages in de praktijk.

In het eerste opleidingsjaar de zorgstage, die aan het eind van het tweede semester geprogrammeerd is. Gedurende vier weken loop je,  meestal als duo, stage in een zorginstelling (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, verpleeghuis, revalidatiecentrum of een psychiatrisch ziekenhuis). Je voert praktijktaken uit, je observeert professioneel gedrag en je werkt mee op de afdeling als verpleeghulp. Je maakt kennis met de zorg en oefent in communicatie, krijgt inzicht in de problemen van patiënten en leert professioneel omgaan met patiënten, collega’s, taken en jezelf. 

In het tweede opleidingsjaar volg je twee stages: de praktijkstage huisartsgeneeskunde en de praktijkstage academische vorming.

De praktijkstage huisartsgeneeskunde bestaat uit 6 dagen, verspreid over het eerste of het tweede semester van het tweede studiejaar. Je voert praktijktaken uit binnen een huisartsenpraktijk onder directe supervisie van een huisarts. Daarnaast zijn er practica (stage-practica), waarin de stage en de praktijktaken worden besproken. Je voert de praktijktaken alleen of samen met een medestudent uit. De huisarts/docent beoordeelt de uitvoering van de taak en geeft feedback.

De praktijkstage academische vorming volg je in het eerste of het tweede semester van het tweede studiejaar. Je voert praktijktaken uit op een onderzoeksafdeling onder begeleiding van een wetenschappelijk onderzoeker. Daarnaast volgt je practica “Academische Vorming”, zoals literatuur zoeken, refereren, wetenschappelijk schrijven in het Engels.

Info

Niveau Bachelor
Taal Nederlands
Duur 3 jaar
Vorm Voltijd
Studiepunten 180 EC
Faculteit VUmc
Bachelor Jaar 1 Geneeskunde
Omschrijving
Bachelor jaar 1 geneeskunde

In het eerste jaar komt de bouw en het functioneren van de volwassen
mens, in al zijn diversiteit, aan de orde.

Opbouw programma
Bachelor jaar 1 bestaat geheel uit cursussen behorende tot de major.
Het eerste semester van bachelorjaar 1 (B1) bestaat uit vijf cursussen,
het tweede semester uit vier cursussen en de Praktijkstage Zorg.
Het programma van de eerste drie cursusweken ziet er in het algemeen als
volgt uit:

Hoorcolleges
Een practicum gericht op verdieping en illustratie van de
leerdoelen van de cursus.
Een practicum gericht op het aanleren van vaardigheden (practica Medisch
Expert en Professionele Ontwikkeling).
Twee studiegroepbijeenkomsten (maximaal 12 studenten) gericht op
verdieping van de leerdoelen aan de hand van casussen en opdrachten.
College ‘klinisch redeneren’ (college KR), waarin aan
de hand van een patiëntpresentatie het proces van anamnese, diagnostiek
en therapie wordt doorlopen.

Aan het eind van de vierde week wordt de cursusafhankelijke toets
afgenomen. Hierdoor wijkt het programma van de vierde week af van de
voorgaande drie weken.

Het eerste jaar wordt afgesloten met de Praktijkstage Zorg waar de
student als verpleeghulp meewerkt in een zorginstelling en op deze
manier kennis maakt met de zorg. Tijdens de stage worden ook
verschillende praktijktaken uitgevoerd.

Cursussen Arts en Patiënt
Elk semester in de major wordt afgesloten met een cursus ‘Arts en
Patiënt'(AP). Deze cursuslijn overstijgt de biomedische kennis (de
natuurwetenschappelijke basis en bijpassende specifieke ziekten, veelal
ingedeeld naar orgaansystemen) die in de voorgaande cursussen van het
semester aan bod is gekomen. De AP-cursussen vragen aandacht voor de
patiënt als persoon en de arts-patiënt relatie, inclusief de
maatschappelijke en wetenschappelijke context waarin het medisch
handelen is gesitueerd. Hiervoor is systematische kennis van
theoretische vakken vanuit de mens- en maatschappijwetenschappen
vereist. Het gaat om psychologie, sociologie, filosofie, ethiek, recht,
geschiedenis, besliskunde en (klinische) epidemiologie. Kernbegrippen
uit deze vakken bieden zicht op achtergronden van menselijk handelen
(gedrag van zowel de patiënt als de arts) en bieden kaders die het
mogelijk maken ontwikkelingen en spanningen in de medische praktijk te
begrijpen en wegen te vinden daar als arts adequaat mee om te gaan.
Elke Arts en Patiënt cursus heeft een eigen hoofdthema, waarbij steeds
een ander aspect van het geneeskundig proces leidend is voor integratie
van kennis, begrip, vaardigheden en attitude. Klinische casuïstiek is
het uitgangspunt.

De volgende thema’s staan centraal:
• Soma en psyche (Arts en Patiënt 1)
• Autonomie (Arts en Patiënt 2)
• Context (medisch en sociaal) (Arts en Patiënt 3)
• Evidence Based Medicine (Arts en Patiënt 4)
• Multimorbiditeit (Arts en Patiënt 5)

De cursussen Arts en Patiënt vormen de ruggengraat van het Bachelor
curriculum. Binnen deze cursussen gaat het om integratie van – binnen de
modules Medisch Expert en Professionele Ontwikkeling verworven -
kennis, begrip, vaardigheden en attitude, ten behoeve van de
beroepsvoorbereiding van de arts als professional.
In de AP-cursussen wordt bovendien op systematische wijze aandacht
geschonken aan academische vorming. De academische kern van de
bacheloropleiding komt expliciet naar voren in de cursussen Medisch-
Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2, waar het vooral gaat om het beoefenen
van wetenschappelijk onderzoek, de praktijkstage academische vorming,
waar studenten binnen de context kennismaken met medisch
wetenschappelijk onderzoek in de praktijk, en in de eerste vier arts-
patiënt cursussen, waar vooral het toepassen van resultaten van
wetenschappelijk onderzoek en reflectie op wetenschap naar voren komen.
In elk van deze cursussen wordt academische stof gekoppeld aan klinische
inhoud.
Kernbegrippen uit academische disciplines worden toegepast op concrete
situaties in de medische praktijk.

Module Professionele Ontwikkeling
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de onderwijslijn
Professionele Ontwikkeling (= Module Professionele Ontwikkeling 1 t/m
5). Het doel van dit onderwijs is om de algemene competenties die je
nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te
onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context,
waarbij de aansluiting op de vervolgopleiding optimaal gewaarborgd
wordt. Het gaat hierbij om de competenties: communicatie, reflectie,
gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator,
academicus en medisch expert.Je professionele ontwikkeling wordt op
verschillende aspecten en op een steeds hoger aggregatieniveau getoetst.
Elk semester wordt de onderwijslijn Professionele Ontwikkeling (behalve
het eerste semester van jaar 3) afgesloten in de module Professionele
Ontwikkeling van het betreffende semester.

Module Medisch Expert
Geneeskunde kan men enerzijds zien als kennisdomein en anderzijds als
competentiegebied bij de voorbereiding voor het beroep van arts. Daarbij
gaat het juist om toepassen van geneeskundige kennis in specifieke
gezondheidszorgsituaties. Dit onderwijs is ondergebracht in de
onderwijslijn Medisch Expert (= module Medisch Expert 1 t/m 5) dat
gedurende de hele bachelor, behalve het eerste semester van jaar 3 wordt
gegeven. Elk semester wordt de onderwijslijn Medisch Expert (behalve het
eerste semester van jaar 3) afgesloten in de module Medisch expert van
het betreffende semester.

Academische vorming (academische kern)
Academische vorming is een belangrijk onderdeel van het bachelor
programma. Het gaat hierbij om: wijsgerige
vorming/wetenschapsfilosofie/wetenschapsgeschiedenis, methoden &
technieken van wetenschappelijk onderzoek, kritisch
redeneren/academische vaardigheden en academisch Engels.
De academische vorming komt specifiek aan de orde tijdens de cursussen
Medisch Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2, én de cursussen Arts en
Patiënt 1 t/m 5. Voorts vormt ook de bachelorthesis onderdeel van het
bachelorprogramma.In het tweede jaar is de Praktijkstage Academische
Vorming geprogrammeerd, waarbij binnen de context van een stage kennis
wordt gemaakt met de praktijk van medisch wetenschappelijk onderzoek.

Daarnaast in de studiegroepen middels studieopdrachten/presentaties en
de klinisch redeneren lijn.
De opleiding biedt in het derde opleidingsjaar Engelstalige facultaire
minoren aan die allen binnen het specifieke thema van de minor zich
nadrukkelijk richten op de wetenschappelijke verdieping. Het is
uitdrukkelijk het streven dat ook internationale studenten deelnemen aan
deze minoren. Niet alle studenten van de opleiding zullen een van deze
facultaire minoren volgen, aangezien ook een minor bij een andere
faculteit of (internationale ) universiteit kan worden gevolgd.

Toetsing
Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT),
waarin de kennis en inzicht over de studiestof, inclusief Klinisch
Redeneren (uit kernleerboeken, opgegeven artikelen, digitale werkvormen,
studieopdrachten, hoorcolleges en practica) wordt getoetst.
Ook de cursussen Arts en Patiënt 1 en 2 worden afgesloten met een
cursusafhankelijke toets (CAT). Echter worden tijdens deze cursussen ook
de Module Medisch Expert en Module Professionele Ontwikkeling van de
respectievelijke semesters afgesloten . Beide modules moeten afgesloten
worden met een "Voldaan" en zijn voorwaarde voor de toekenning van de
studiepunten voor de cursus Arts en Patiënt 1 resp. 2. Voor Arts en
Patiënt 1 geldt nog een extra voorwaarde: het voldoende behalen van de
VU-Taaltoets.
De praktijkstage zorg wordt beoordeeld middels een stagebeoordeling en
CAT (verslag).
Naam vak Periode Credits Code
Medisch expert 2 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BME215
Professionele ontwikkeling 2 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BPO215
Zorgstage Ac. Jaar (sept), Semester 2 6EC M_BZS15
Arts en patiënt 1 – Soma en Psyche Semester 1 6EC M_BAP115
Bouw en bewegen Semester 1 6EC M_BBB15
Huid en afweer Semester 1 6EC M_BHA15
Medisch expert 1 Semester 1 0EC M_BME115
Medisch wetenschappelijk onderzoek 1 Semester 1 6EC M_BMWO115
Metabole systemen Semester 1 6EC M_BMS15
Professionele ontwikkeling 1 Semester 1 0EC M_BPO115
Arts en patiënt 2 Semester 2 6EC M_BAP215
Circulatie en volumeregulatie Semester 2 6EC M_BCV15
Hersenen en zintuigen Semester 2 6EC M_BHZ15
Homeostase Semester 2 6EC M_BHS15
Bachelor Jaar 2 Geneeskunde
Omschrijving
Bachelor jaar 2 geneeskunde

In het tweede opleidingsjaar wordt de ontwikkeling van de mens, van cel
tot volwassene, behandeld en wordt een begin gemaakt met de meer
klinische literatuur.

Opbouw programma
Bachelor jaar 2 bestaat geheel uit cursussen behorende tot de major.
Beide semesters van bachelorjaar 2 (B2) bestaan uit vijf cursussen.
Het programma van de eerste drie cursusweken ziet er in het algemeen als
volgt uit:

Hoorcolleges
Een practicum gericht op verdieping en illustratie van de
leerdoelen van de cursus.
Een practicum gericht op het aanleren van vaardigheden (practica Medisch
Expert en Professionele Ontwikkeling).
Twee studiegroep bijeenkomsten (maximaal 12 studenten) gericht op
verdieping van de leerdoelen aan de hand van casussen en opdrachten.
College ‘klinisch redeneren’ (college KR), waarin aan de hand van een
patiëntpresentatie het proces van anamnese, diagnostiek
en therapie wordt doorlopen.

Aan het eind van de vierde week wordt de cursusafhankelijke toets
afgenomen. Hierdoor wijkt het programma van de vierde week af van de
voorgaande drie weken.

Daarnaast is de praktijkstage Huisartsgeneeskunde, die onderdeel
uitmaakt van de module Medisch Expert 4 en de praktijkstage Academische
Vorming onderdeel van de module Professionele Ontwikkeling 4
geprogrammeerd.Tijdens de stages worden diverse praktijktaken uitgevoerd
en volgen studenten practica die onderdeel zijn van de stages.

Cursussen Arts en Patiënt
Elk semester in de major wordt afgesloten met een cursus ‘Arts en
Patiënt’ (AP). Deze cursuslijn overstijgt de biomedische kennis (de
natuurwetenschappelijke basis en bijpassende specifieke ziekten, veelal
ingedeeld naar orgaansystemen) die in de voorgaande cursussen van het
semester aan bod is gekomen. De AP-cursussen vragen aandacht voor de
patiënt als persoon en de arts-patiënt relatie, inclusief de
maatschappelijke en wetenschappelijke context waarin het medisch
handelen is gesitueerd. Hiervoor is systematische kennis van
theoretische vakken vanuit de mens- en maatschappijwetenschappen
vereist. Het gaat om psychologie, sociologie, filosofie, ethiek, recht,
geschiedenis, besliskunde en (klinische) epidemiologie. Kernbegrippen
uit deze vakken bieden zicht op achtergronden van menselijk handelen
(gedrag van zowel de patiënt als de arts) en bieden kaders die het
mogelijk maken ontwikkelingen en spanningen in de medische praktijk te
begrijpen en wegen te vinden daar als arts adequaat mee om te gaan.
Elke Arts en Patiënt cursus heeft een eigen hoofdthema, waarbij steeds
een ander aspect van het geneeskundig proces leidend is voor integratie
van kennis, begrip, vaardigheden en attitude. Klinische casuïstiek is
het
uitgangspunt.
De volgende thema’s staan centraal:
• Soma en psyche (Arts en Patiënt 1)
• Autonomie (Arts en Patiënt 2)
• Context (medisch en sociaal) (Arts en Patiënt 3)
• Evidence Based Medicine (Arts en Patiënt 4)
• Multimorbiditeit (Arts en Patiënt 5)

De cursussen Arts en Patiënt vormen de ruggengraat van het Bachelor
Curriculum. Binnen deze cursussen gaat het om integratie van – binnen de
modules Medisch Expert en Professionele Ontwikkeling verworven -
kennis, begrip, vaardigheden en attitude, ten behoeve van de
beroepsvoorbereiding van de arts als professional.
In de AP-cursussen wordt bovendien op systematische wijze aandacht
geschonken aan academische vorming. De academische kern van de
bacheloropleiding komt expliciet naar voren in de cursussen Medisch-
Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2, waar het vooral gaat om het beoefenen
van wetenschappelijk onderzoek, de praktijkstage academische vorming,
waar studenten binnen de context kennismaken met medisch
wetenschappelijk onderzoek in de praktijk en in de eerste vier arts-
patiënt cursussen, waar vooral het toepassen van resultaten van
wetenschappelijk onderzoek en reflectie op wetenschap naar voren komen.
In elk van deze cursussen wordt academische stof gekoppeld aan klinische
inhoud.
Kernbegrippen uit academische disciplines worden toegepast op concrete
situaties in de medische praktijk.

Module Professionele Ontwikkeling
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de onderwijslijn
Professionele Ontwikkeling (= Module Professionele Ontwikkeling 1 t/m
5). Het doel van dit onderwijs is om de algemene competenties die je
nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te
onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context,
waardoor de aansluiting op de vervolgopleiding optimaal gewaarborgd
wordt. Het gaat hierbij om de competenties: communicatie, reflectie,
gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator,
academicus en medisch expert. Je professionele ontwikkeling wordt op
verschillende aspecten en op een steeds hoger aggregatieniveau getoetst.
Elk semester wordt de onderwijslijn Professionele Ontwikkeling (behalve
het eerste semester van jaar 3) afgesloten in de module Professionele
Ontwikkeling van het betreffende semester.

Module Medisch Expert
Geneeskunde kan men enerzijds zien als kennisdomein en anderzijds als
competentiegebied bij de voorbereiding voor het beroep van arts. Daarbij
gaat het juist om toepassen van geneeskundige kennis in specifieke
gezondheidszorgsituaties. Dit onderwijs is ondergebracht in de
onderwijslijn Medisch Expert (= Module medisch Expert 1 t/m 5) dat
gedurende de hele bachelor wordt gegeven, behalve het eerste semester
van jaar 3 wordt gegeven.
Elk semester wordt de onderwijslijn Medisch Expert (behalve het eerste
semester van jaar 3) afgesloten in de module Medisch expert van het
betreffende semester.

Academische vorming (academische kern)
Academische vorming is een belangrijk onderdeel van het bachelor
programma. Het gaat hierbij om: wijsgerige
vorming/wetenschapsfilosofie/wetenschapsgeschiedenis, methoden &
technieken van wetenschappelijk onderzoek, kritisch
redeneren/academische vaardigheden en academisch Engels.
De academische vorming komt specifiek aan de orde tijdens de cursussen
Medisch Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2,én de cursussen Arts en
Patiënt 1 t/m 4. Voorts vormt ook de bachelorthesis onderdeel van het
bachelorprogramma. In het tweede jaar is de Praktijkstage Academische
Vorming geprogrammeerd, waarbij binnen de context van een stage kennis
wordt gemaakt met de praktijk van medisch wetenschappelijk onderzoek.

Daarnaast in de studiegroepen middels studieopdrachten/presentaties en
de klinisch redeneren lijn.
De opleiding biedt in het derde opleidingsjaar Engelstalige facultaire
minoren aan die allen binnen het specifieke thema van de minor zich
nadrukkelijk richten op de wetenschappelijke verdieping. Het is
uitdrukkelijk het streven dat ook internationale studenten deelnemen
aan deze minoren. Niet alle studenten van de opleiding zullen echter
deze facultaire minoren volgen, aangezien ook een minor bij een andere
faculteit of (internationale) universiteit kan worden gevolgd.

Toetsing
Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT),
waarin de kennis en inzicht over de studiestof, inclusief Klinisch
Redeneren (uit kernleerboeken, opgegeven artikelen, digitale werkvormen,
studieopdrachten, hoorcolleges en practica) wordt getoetst.
Ook de cursussen Arts en Patiënt 3 en 4 worden afgesloten met een
cursusafhankelijke toets (CAT). Echter worden tijdens deze cursussen ook
de Module Medisch expert en Module Professionele ontwikkeling de
respectievelijke semesters afgesloten. Beide modules moeten afgesloten
worden met een "Voldaan" en zijn voorwaarde voor de toekenning van de
studiepunten voor de cursus Arts en Patiënt 3 resp. 4.
Naam vak Periode Credits Code
Medisch expert 4 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BME415
Professionele ontwikkeling 4 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BPO415
Arts en patiënt 3: Context (medisch en sociaal) Semester 1 6EC M_BAP315
Groei en ontwikkeling Semester 1 6EC M_BGO15
Leefstijl en gezondheidszorg Semester 1 6EC M_BLSGZ15
Medisch expert 3 Semester 1 0EC M_BME315
Professionele ontwikkeling 3 Semester 1 0EC M_BPO315
Schade, afweer en herstel Semester 1 6EC M_BSAH15
Start van het leven Semester 1 6EC M_BSVHL15
Arts en patiënt 4: Evidence based Medicine Semester 2 6EC M_BAP415
Hematologie en oncologie Semester 2 6EC M_BHO15
Infectie en inflammatie Semester 2 6EC M_BINF15
Medisch wetenschappelijk onderzoek 2 Semester 2 6EC M_BMWO215
Sekse, seksualiteit en relaties Semester 2 6EC M_BSSR15
Bachelor Jaar 3 Geneeskunde
Omschrijving
Bachelor jaar 3 geneeskunde

In het derde jaar wordt de academische, klinische en wetenschappelijke
vorming van de Bachelor afgesloten. Bachelorjaar 3 bestaat uit een
minor- en een majorgedeelte. In het eerste semester is er ruimte voor
profilering en verbreding van de student door een minor naar eigen keuze
te volgen, gevolgd door een individuele bachelorthesis op een zelf
gekozen onderwerp. In het tweede semester komen de mechanismen van veel
voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de
orde.

Opbouw programma:

Eerste semester
Het eerste semester van bachelorjaar 3 bestaat uit een minor en de
bachelorthesis.
Voor je minor heb je de keuze om één van de door de opleiding aangeboden
de facultaire minoren te volgen of een minor buiten de opleiding
aan een Nederlandse of buitenlandse universitaire instelling. De
Engelstalige facultaire minor richt zich op medisch wetenschappelijke
verdieping en verbreding en versterkt daarmee jouw academische vorming.
Het vormt een brug tussen onderzoek en kliniek. Binnen de facultaire
minor leer je om wetenschappelijk te denken en te handelen binnen de
academische geneeskunde en maak je kennis met de onderzoek zwaartepunten
van VUmc. Iedere minor heeft een specifiek thema, waardoor profilering
mogelijk is. Wil je een minor in het buitenland volgen dan kun je
gebruik maken van het uitwisselingsprogramma van de VU, waarin de
opleiding participeert.
De bachelorthesis schrijf je in de laatste maand van semester 3.1 op
basis van literatuuronderzoek dat je zelf uitvoert. Je kunt hierbij
aansluiten op het thema van de minor die je gevolgd hebt en dan ook al
starten tijdens je minor.

Tweede semester
Het tweede semester van Bachelorjaar 3 beslaat 5 thematische cursussen.
Het programma van de eerste drie cursusweken ziet er als volgt uit:

Hoorcolleges
Twee practica gericht op verdieping en illustratie van de leerdoelen van
de cursus en/of het aanleren van vaardigheden (practica Professionele
Ontwikkeling of Medisch Expert).
Een studiegroep bijeenkomst (maximaal 12 studenten) om een aantal
patiënt problemen op methodische wijze te analyseren en het Klinisch
redeneren in teamverband te oefenen (Teambased learning). Aansluitend
vindt een "Meet-the-Expert" college plaats waar de patiënt problemen en
vragen worden besproken en verder uitgediept door een Medisch
Specialist. Hierna volgt een college ‘klinisch redeneren’ (college KR),
waarin aan de hand van een patiëntpresentatie het proces van anamnese,
diagnostiek en therapie wordt doorlopen.

Aan het eind van de vierde week wordt de cursusafhankelijke toets
afgenomen. Hierdoor wijkt het programma van de vierde week af van de
voorgaande drie weken.

Cursussen Arts en Patiënt
Elk semester in de major wordt afgesloten met een cursus ‘Arts en
Patiënt’ (AP). Deze cursuslijn overstijgt de biomedische kennis (de
natuurwetenschappelijke basis en bijpassende specifieke ziekten, veelal
ingedeeld naar orgaansystemen) die in de voorgaande cursussen van het
semester aan bod is gekomen. De AP-cursussen vragen aandacht voor de
patiënt als persoon en de arts-patiënt relatie, inclusief de
maatschappelijke en wetenschappelijke context waarin het medisch
handelen is gesitueerd. Hiervoor is systematische kennis van
theoretische vakken vanuit de mens- en maatschappijwetenschappen
vereist. Het gaat om psychologie, sociologie, filosofie, ethiek, recht,
geschiedenis, besliskunde en (klinische) epidemiologie. Kernbegrippen
uit deze vakken bieden zicht op achtergronden van menselijk handelen
(gedrag van zowel de patiënt als de arts) en bieden kaders die het
mogelijk maken ontwikkelingen en spanningen in de medische praktijk te
begrijpen en wegen te vinden daar als arts adequaat mee om te gaan.
Elke Arts en Patiënt cursus heeft een eigen hoofdthema, waarbij steeds
een ander aspect van het geneeskundig proces leidend is voor integratie
van kennis, begrip, vaardigheden en attitude. Klinische casuïstiek is
het uitgangspunt.
De volgende thema’s staan centraal:
• Soma en psyche (Arts en Patiënt 1)
• Autonomie (Arts en Patiënt 2)
• Context (medisch en sociaal) (Arts en Patiënt 3)
• Evidence Based Medicine (Arts en Patiënt 4)
• Multimorbiditeit (Arts en Patiënt 5)

De cursussen Arts en Patiënt vormen de ruggengraat van het Bachelor
curriculum. Binnen deze cursussen gaat het om integratie van – binnen de
modules Medisch Expert en Professionele Ontwikkeling verworven -
kennis, begrip, vaardigheden en attitude, ten behoeve van de
beroepsvoorbereiding van de arts als professional.
In de AP-cursussen wordt bovendien op systematische wijze aandacht
geschonken aan academische vorming. De academische kern van de
bacheloropleiding komt expliciet naar voren in de cursussen Medisch-
Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2, waar het vooral gaat om het beoefenen
van wetenschappelijk onderzoek, de praktijkstage academische vorming,
waar studenten binnen de context kennismaken met medisch
wetenschappelijk onderzoek in de praktijk en in de eerste vier arts-
patiënt cursussen, waar vooral het toepassen van resultaten van
wetenschappelijk onderzoek en reflectie op wetenschap naar voren komen.
In elk van deze cursussen wordt academische stof gekoppeld aan klinische
inhoud.

Kernbegrippen uit academische disciplines worden toegepast op concrete
situaties in de medische praktijk.

Module Professionele Ontwikkeling
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de onderwijslijn
Professionele Ontwikkeling (= Module Professionele Ontwikkeling 1 t/m
5). Het doel van dit onderwijs is om de algemene competenties die je
nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te
onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context,
waardoor de aansluiting op de vervolgopleiding optimaal gewaarborgd
wordt. Het gaat hierbij om de competenties: communicatie, reflectie,
gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator,
academicus en medisch expert. Je professionele ontwikkeling wordt op
verschillende aspecten en op een steeds hoger aggregatieniveau getoetst.
Elk semester wordt de onderwijslijn Professionele Ontwikkeling (behalve
het eerste semester van jaar 3) afgesloten in de module Professionele
Ontwikkeling van het betreffende semester.

Module Medisch Expert
Geneeskunde kan men enerzijds zien als kennisdomein en anderzijds als
competentiegebied bij de voorbereiding voor het beroep van arts. Daarbij
gaat het juist om toepassen van geneeskundige kennis in specifieke
gezondheidszorgsituaties. Dit onderwijs is ondergebracht in de
onderwijslijn Medisch Expert (= module Medisch Expert 1 t/m 5) dat
gedurende de hele bachelor, behalve het eerste semester
van jaar 3 wordt gegeven.
Elk semester wordt de onderwijslijn Medisch Expert (behalve het eerste
semester van jaar 3) afgesloten in de module Medisch Expert van het
betreffende semester.

Academische vorming (academische kern)
Academische vorming is een belangrijk onderdeel van het bachelor
programma. Het gaat hierbij om: wijsgerige
vorming/wetenschapsfilosofie/wetenschapsgeschiedenis, methoden &
technieken van wetenschappelijk onderzoek, kritisch
redeneren/academische vaardigheden en academisch Engels.
De academische vorming komt specifiek aan
de orde tijdens de cursussen Medisch Wetenschappelijk Onderzoek 1 en 2
én de cursussen Arts en Patiënt 1 t/m 5. Voorts vormt ook de
bachelorthesis onderdeel van het bachelorprogramma.In het tweede jaar is
de Praktijkstage Academische Vorming geprogrammeerd, waarbij binnen de
context van een stage kennis wordt gemaakt met de praktijk van medisch
wetenschappelijk onderzoek.

De opleiding biedt in het derde opleidingsjaar Engelstalige facultaire
minoren aan allen binnen het specifieke thema van de minorm die zich
nadrukkelijk richten op wetenschappelijke verdieping. Het is
uitdrukkelijk het streven dat ook internationale studenten deelnemen aan
deze minoren. Niet alle studenten van de opleiding zullen een van deze
facultaire minoren volgen, aangezien ook een minor bij een andere
faculteit of (internationale) universiteit kan worden gevolgd.

Toetsing
Semester 3.1: Minor: Naast twee kennistoetsen worden tijdens de minor
nog de toetsen schrijven van een discussie, onderzoeksvoorstel en houden
van een presentatie in de facultaire minoren afgenomen. Alle toetsen
moeten afgesloten worden met een "Voldaan". Daarnaast is al het
contactonderwijs (werkcolleges, studiegroepen, practica) verplicht. De
toetsing van de minoren "Global Health Indonesia" en de minor "Medical
research to clinical practice" wijkt hiervan af, zie hiervoor de
specifieke minoren.
Bachelorthesis: Aan het eind van semester 3.1 wordt de Bachelorthesis
afgenomen, bestaande uit een wetenschappelijke verhandeling in correct
wetenschappelijk Engels op basis van het literatuuronderzoek uitgevoerd
door de student.
Semester 3.2: Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke
toets (CAT), waarin de kennis en inzicht over de studiestof, inclusief
Klinisch Redeneren (uit kernleerboeken, opgegeven artikelen, digitale
werkvormen,studieopdrachten, hoorcolleges en practica) wordt getoetst.
Tijdens de cursus Arts en Patiënt worden ook de Module Medisch Expert en
Module Professionele Ontwikkeling afgesloten. Beide modules moeten
afgesloten worden met een "Voldaan" en zijn voorwaarde voor de
toekenning van de studiepunten voor de cursus Arts en Patiënt 5.
Naam vak Periode Credits Code
Landelijke voortgangstoets Ac. Jaar (sept) 0EC M_BLVGT16
Medisch expert 5 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BME516
Professionele ontwikkeling 5 Ac. Jaar (sept) 0EC M_BPO516
Bachelorthesis Semester 1 6EC M_BBT16
Arts en patiënt 5 Semester 2 6EC M_BAP516
Circulatie en vasculaire stoornissen Semester 2 6EC M_BCVS16
Neurologie en oogheelkunde Semester 2 6EC M_BNO16
Psychisch functioneren en cognitie Semester 2 6EC M_BPFC16
Spijsvertering en stofwisseling Semester 2 6EC M_BSS16
International minoren VUmc School of Medical Sciences
Omschrijving
As part of the first semester of the 3rd year of the bachelor program
(September- January) an English taught minor of 24/30 EC is offered
to all students, including (international and national) students of
partner institutions of VU and VUmc.

There are 10 different minors covering a variety of topics such as
Internal Medicine, Cardiovascular Diseases, Infection and Immunology,
Neurology and Psychiatry, Global Health, Clinical Epidemiology, Surgery
and Women and Child Healthcare. The minor starts in September till
December and is worth 24 EC. In January, students are expected to write
a bachelor thesis on a topic of choice for 6 EC.
Naam vak Periode Credits Code
Amsterdam Global Health Semester 1 24EC M_BAGH19
Cancer-Immunity-Personalized therapies Semester 1 24EC M_BCIPT19
Challenges in Women and Child Healthcare Semester 1 24EC M_BCWCH19
Clinical Research and Reasoning in Internal Medicine Semester 1 24EC M_BCSIM19
Comprehensive care and anatomy Semester 1 24EC M_BCCA19
CVR challenges: Pathological interactions between the cardiovascular and other organ systems Semester 1 24EC M_BCVRC19
Global Health Indonesia Semester 1 24EC M_BGHI19
Hot topics in neurology and psychiatry Semester 1 24EC M_BHTNP19
Medical research to clinical practice Semester 1 24EC M_BMRTCP19
Minor Literature Essay Semester 1 6EC M_BMITS16
Move your body Semester 1 24EC M_BMYB19
Honours programme Geneeskunde
Naam vak Periode Credits Code
HP Maatschappelijk Bestuurlijke Track Ac. Jaar (sept) 12EC M_BHPMBT18
HP Research Track Ac. Jaar (sept) 12EC M_BHP15
Interdepartmental Honours Courses
Omschrijving
The interdisciplinary components of the Honours Programme are taught
mainly in the evening by lecturers from Vrije Universiteit, the
University of Amsterdam and Amsterdam University College, as well as
guest lecturers from the Netherlands and abroad. The classes are small
and you will be expected to give presentations, write papers and make an
active contribution to discussions.

You have to choose at least 12 credits of Interdepartmental honours
courses from the overview of interdepartmental honours courses, as well
as an application form, at: http://www.vu.nl/honourscourses.
Naam vak Periode Credits Code
%longEN% 8EC OH_EXT1
Climate Change 6EC OH_CC
God-Man-World 6EC OH_GMW
Governing Security 6EC OH_GS
Health and Psychosocial Factors in older Persons 6EC OH_HPF
How to survive 2050 6EC OH_HTS
HP UvA: Carte Blanche 6EC OH_UCB
HP UvA: creativiteit 6EC OH_UCREA
HP UvA: Learning Lab 6EC OH_ULL
Illness-Image-Metaphor: Cancer in public discourse 6EC OH_IIM
Impact of an Empire 6EC OH_IE
Labyrint 12EC OH_ULA
Life and Work 6EC OH_LAW
Masters of Suspicion (HP UvA) 6EC OH_UMS
Power and Change 6EC OH_UPC
Religion, Identity, Conflict 6EC OH_RIC
The Future Entrepreneur 6EC OH_FE
The Roman Empire 6EC OH_TRE
Theories of Consciousness 6EC OH_TOC
Brain and Behavior Semester 1 6EC OH_BAB