Vroegmoderne kunst: Productie en Receptie

2019-2020

Doel vak

De cursus heeft de volgende leerdoelen:
1. Studenten verwerven kennis en inzicht in de productie en receptie van
de beeldende kunst in West-Europa waarbij het accent ligt op de
vroegmoderne periode (1400-1800) en verbanden worden gelegd met de
moderne periode (1800-heden). Daarbij wordt de West-Europese beeldende
kunst telkens binnen een groter beeld- en cultuurhistorisch verband
begrepen;
2. Studenten oefenen in het kritisch lezen, vergelijken en analyseren
van recent kunsthistorisch onderzoek rondom stilistische en materiele
aspecten van kunstvoorwerpen in de vroegmoderne periode;
3. Studenten leren het toepassen van vaardigheden die betrekking hebben
op het onderzoek, de analyse en de interpretatie van kunstwerken. De
vaardigheden die worden ontwikkeld zijn het kritisch kijken naar
originele kunstwerken op locatie, het visueel leren herkennen van de
belangrijkste schilder-en prenttechnieken en het toepassen van het
begrippenapparaat voor de visuele analyse en het herkennen en
onderzoeken van beeldthema's voor de iconografische analyse van
kunstwerken;
4. Studenten leren kritisch kijken, correct beschrijven en kunstwerken
te onderzoeken op locatie in openbare instellingen voor beeldende kunst
(Rijksmuseum, RKD- Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) en hun
bevindingen op een heldere wijze schriftelijk te presenteren in een
werkstuk van minimaal 1400 en maximaal 1600 woorden aan de hand van een
zelf geformuleerde invalshoek die betrekking heeft op het thema
productie en/of receptie.

Inhoud vak

Het fenomeen van de West-Europese beeldende kunst in de vroegmoderne
tijd laat zich in belangrijke mate verklaren door dynamische processen
van productie en receptie die voortduren tot in onze eigen tijd. De
productie of vervaardiging van kunstwerken vond plaats onder artistieke,
intellectuele, religieuze, politieke of sociale omstandigheden die op
een directe of subtiele wijze de receptie of beschouwing van die
kunstwerken in latere periodes hebben gestuurd.
Tegelijkertijd hebben nieuwe ontwikkelingen, zoals de
verwetenschappelijking van het onderzoek naar kunst, de oprichting van
een instelling als het openbare kunstmuseum, of de ontwikkeling van
technieken van beeldreproductie nieuwe dimensies toegevoegd aan de
receptie van kunst. Inzicht in de productie en receptie van kunst geeft
dus de mogelijkheid om de geschiedenis en de actualiteit van kunstwerken
met elkaar te verknopen.
Onder de noemer productie worden colleges verzorgd over de
atelierpraktijk en de kunsttheorie (het ontwerp, het streven naar
illusie in de kunst en de rol van de competitie), de rol van de
opdrachtgever en over het fragmentarische karakter van de overgeleverde
vroegmoderne kunst. Onder de noemer receptie wordt aandacht besteed aan
de reputatiegeschiedenis van kunstenaars, de praktijk van het verzamelen
van kunst, het iconologische debat over de Nederlandse 17de-eeuwse
schilderkunst en de receptie esthetica van interactieve kunst.

De inhoud van het vak is in grote mate gebaseerd op het (lopende)
onderzoek dat door de docenten wordt verricht. Er zijn excursies o.a.
naar
het Prentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam, en het Rijksbureau
van Kunsthistorische Documentatie in Den Haag.

Onderwijsvorm

Hoor- en werkcollege, excursie.

Toetsvorm

Schriftelijk tentamen (60%), werkstuk (40%). Voor elk onderdeel moet
minimaal een 6.0 gehaald worden. Verdere instructies volgen in de
studiehandleiding.
Afstemming van toetsen en leerdoelen:
Leerdoel 1: Tentamen met kennis- en inzichtvragen;
Leerdoel 2: Werkstuk
Leerdoel 3: Tentamen met kennis- en inzichtvragen;
Leerdoel 4: Werkstuk

Vereiste voorkennis

Als entree-eis voor dit vak geldt dat het BSA moet zijn behaald.
Tevens moeten uit dit jaar zijn gevolgd:
- Analyse van Beeld en Object (L_AABAMKD103);
- Historisch Overzicht MKDA: Vroegmodern (L_AABAMKD107)
- Binnenlandse Excursie (L_AABAMKD106).

Literatuur

Helen Westgeest (e.a.), Kunsttechnieken in historisch perspectief,
Turnhout 2011., Brepols Uitgeverij, Isbn: 9782503542294

James Hall: Iconografisch handboek. Onderwerpen, symbolen en motieven in
de beeldende kunst, Nederlandse editie red. Ilja Veldman, Primavera Pers
2009, Isbn: 9789074310055

Overige literatuur wordt t.z.t. via Canvas en/of de Studiehandleiding
bekend gemaakt.

Doelgroep

2de jaars bachelor Media, Kunst, Design en Architectuur,
afstudeerrichting
Kunst; minorstudenten MKDA.

Overige informatie

Deze module is een verplicht 2de jaars vak voor MKDA studenten met Kunst
als afstuderrichting.
Er geldt een verplichte aanwezigheid; bij twee keer afwezigheid volgt in
principe uitsluiting van de cursus. Deze module geldt als voorkennis
voor de 3de jaars modules MKDA, afstudeerrichting Kunst.

Algemene informatie

Vakcode L_KABAMKD201
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. D. Meuwissen
Examinator dr. D. Meuwissen
Docenten dr. I.R. Vermeulen
dr. D. Meuwissen

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: