Kindertaalverwerving

2019-2020

Doel vak

Je krijgt inzicht in de belangrijkste theorieën binnen
kindertaalverwervingsonderzoek en in veelgebruikte methodologieën van
kindertaalverwervingsonderzoek. Verder vergaar je enige kennis van
analyse van kindertaaldata. Je leert wat de karakteristieken zijn van
specifieke taalontwikkelingsstoornissen, en je doet enige kennis op van
de analyse van taaldata van kinderen met een a-typische
taalontwikkeling. Je maakt kennis met instrumenten voor het meten van
taalontwikkelingsachterstand en met therapiemogelijkheden binnen de
Nederlandstalige situatie. Je weet hoe je de opgedane kennis omzet in
toepassingen en adviezen aan ouders, taaldocenten en anderen die in hun
beroep met kinderen te maken hebben.

Inhoud vak

Je bestudeert de fases die kinderen doorlopen in hun
moedertaalontwikkeling. We zoeken hierbij naar verklaringen voor het
feit dat kinderen op grond van taalaanbod en interactie, maar zonder
systematische instructie en correctie, in staat zijn om zich in enkele
jaren de taal van hun omgeving eigen te maken. Dit doen we door dit
fenomeen vanuit verschillende taalverwervingstheorieën te bestuderen.
Daarnaast bestuderen we de groep kinderen met een taalstoornis. Dit zijn
kinderen bij wie die moedertaalverwerving niet zo vlekkeloos verloopt
als
hierboven beschreven. Soms is de oorzaak hiervoor duidelijk (zoals bij
kinderen met een gehoorstoornis) en soms is dat niet het geval. In de
laatste situatie spreken we van een specifieke
taalontwikkelingsstoornis.

Onderwerpen die aan bod komen, zijn:
• stadia van taalverwerving en de rol van taalaanbod;
• verwerving van fonologie, woordenschat, morfologie en syntaxis;
• taalverwerving bij kinderen met een stoornis op het gebied van de
fonologie, morfosyntaxis en of semantiek/pragmatiek.

Bij dit vak leer je opgedane kennis (uit de literatuur, in combinatie
met specifieke kennis over een bepaald kind) om te zetten in adviezen
aan ouders en professionals (o.a. pedagogisch medewerkers op een
kinderdagverblijf, leerkrachten op een basisschool). Daarmee krijg je
alvast een eerste indruk van het beroepenveld. Verder maak je kennis met
de analyse van spontane kindertaaldata en in het afnemen van een
screening/toets om achterstanden te signaleren.

Onderwijsvorm

Een startbijeenkomst aan het begin van periode 1 en verder zelfstudie.

Toetsvorm

Wekelijkse opdrachten die met minimaal een voldoende moeten worden
afgerond. Schriftelijk tentamen op de VU. Het cijfer van het tentamen is
het eindcijfer van het vak. Aan het tentamen mag alleen worden meegedaan
als de opdrachten gemaakt en voldoende zijn.

Vereiste voorkennis

Geen.

Literatuur

Gillis, S. & Schaerlaekens, A. (2000). Kindertaalverwerving. Een
handboek voor het Nederlands. Groningen: Martinus Nijhoff.
Verhoeven, L. & van Balkom, H. (2004). Classification of Developmental
Language Disorders. Theoretical Issues and Clinical Implications.
Mahwah, NJ/Londen: Lawrence Erlbaum.

Doelgroep

Dit vak is alleen toegankelijk voor studenten van de schoolvakminor
Nederlandse taalkunde/taalbeheersing.

Algemene informatie

Vakcode L_WABACIW201
Studiepunten 6 EC
Periode P1
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. P.H.F. Bos
Examinator dr. P.H.F. Bos
Docenten dr. P.H.F. Bos
drs. E. Akkerman

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Werkcollege, Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: