Missiologie / Oecumenica

2019-2020

Doel vak

De student:
• heeft inzicht in missiologie en oecumenica als inherent hermeneutische
disciplines; herkenning en basale toeëigening van missionaire en
oecumenische vertaalslagen (hermeneutische kerncompetentie);
• heeft aantoonbare kennis van de basisbegrippen in de missiologie en de
oecumenica in hun historische en actuele samenhang (kennis);
• kan relevante gegevens verzamelen, interpreteren en beoordelen m.b.t.
hoofdthema’s in de missiologie en in de oecumenica (inzicht);
• spreidt een grote mate van openheid voor de culturele en theologische
verscheidenheid van de wereldchristenheid tentoon en laat een
dialogische attitude zien (vaardigheid) .
Hij/zij kan differentiëren tussen een binnen- en buitenperspectief; is
zich bewust van het eigen perspectief en is in staat dat eigen
perspectief ter discussie te stellen. Dit dialogisch karakter heeft
betrekking op andere groepen in de samenleving, maar ook op de eigen en
andere geloofstradities(vaardigheid).

Zie verder vooral de eindtermen 1, 4, 5, 8, en in het bijzonder de
dialogische eindtermen 9 en 10 van de Bachelor Theologie.

Bijdrage aan de dialogische eindtermen nader gespecificeerd:
In de vakken Missiologie en Oecumenica staat bij uitstek de dialoog met
de ander en het andere centraal.
De cursus Missiologie en Oecumenica is gericht op kennisnemen van, zich
verhouden tot en theologisch leren omgaan met de gegeven diversiteit aan
tradities, confessies, culturen, religies, etniciteiten, gender, en
seksuele oriëntatie, zowel in als buiten de collegezaal.
In de ontmoeting met de ander en het andere leert de student een houding
van respect te ontwikkelen en te beoefenen, en de vraag te stellen hoe
en in welke zin verzoening mogelijk is tussen de verschillende tradities
en zienswijzen.
De student wordt uitgedaagd de waarneming van het anders-zijn van de
ander te relateren aan theologische opvattingen, en zijn/haar eigen
positie met theologische argumenten te verantwoorden en te communiceren.
De student leert eigen grenzen van acceptatie en tolerantie te
identificeren en wordt uitgedaagd deze grenzen te bevragen. Samen met
andere studenten (begeleid door de docenten) gaat de student
hermeneutisch op zoek naar nieuwe grenzen voor de mogelijkheid van
acceptatie van verschillen.

Inhoud vak

Verkenning van hoofdthema’s in de missiologie, benaderd vanuit actuele
missionaire visiedocumenten uit de oecumene en door middel van
kennismaking met praktijken van zending, o.a. in een dagexcursie.
- Wat is missie en hoe kunnen we motieven, doelen, inhoud en middelen
van missie wetenschappelijk bestuderen?
- Benaderingen van missie in de geschiedenis en actualiteit van
christelijke kerken.
- Contextualiteit en de wederzijdse hermeneutische betrokkenheid op
elkaar van context en evangelievertolking.
- Ontmoeting met vertegenwoordigers van andere wereldreligies en
wereldbeschouwingen en theologische
reflectie op verschillende posities in deze ontmoeting.

Verkenning van hoofdthema’s in de oecumenica, benaderd vanuit
biografieën van historisch betekenisvolle oecumenici en door middel van
gastcolleges met vertegenwoordigers van belangrijke christelijke
tradities:
- Hoe beleeft de christenheid door de eeuwen heen haar onderlinge
verbondenheid? (modellen van eenheid).
- Wat zijn wereldwijd belangrijke punten van overeenstemming (op het
gebied van bijbel en traditie, de sacramenten en het ambt)?
- Wat zijn belangrijke punten van verschil? (in kerkmodel, kerk-
staatverhouding en benadering van contextualiteit).

Onderwijsvorm

Hoor- en werkcollege met een geïntegreerd begin- en eindcollege en een
eindopdracht.
Gastdocenten/practitioners worden zo mogelijk gevraagd om input te geven
vanuit de praktijk van missionaire en oecumenische ontmoeting.
Excursie naar of "museum in de klas" van Zendingserfgoedhuis in
Zuidland.

Studielast:
Colleges: 36 uur
Voorbereiding colleges: 82 uur
Voorbereiding 2x collegeopdrachten: 20 uur
Schrijven paper: 30 uur
Totaal: 168 uur (6 ECT)

Toetsvorm

De beoordeling vindt plaats op grond van twee samengestelde
collegeopdrachten (een voor Missiologie en een voor Oecumenica) en een
afsluitend paper.
A. De voorbereidende collegeopdrachten dienen via Canvas ("turn it
in"-functie) te worden
ingeleverd bij de docenten.
B. Het eindpaper (2500 woorden, all in) bevat een reflectie op de
volgende vragen:
1. waar daagt missionaire en oecumenische theologie mijn theologie uit?
(noem een thema en maak er een vraagstelling van)
2. geef aan hoe het werk van een missioloog, een oecumenisch theoloog,
dan wel één of meer visiedocumenten je verder helpen in het doordenken
hiervan. Betrek literatuur uit de cursus en collegestof in je
reflecties.
3. ga in gesprek met deze auteurs en/of visiedocumenten vanuit de
context van de 21e eeuw en kom tot een beargumenteerde eigen positie
waarbij je een relatie weet te leggen tussen het missionaire en
oecumenische perspectief.

Papers dienen op de vastgestelde toetsdatum te worden ingeleverd.
Weging van het eindcijfer: voorbereidende collegeopdrachten 40%,
eindpaper 60%
Voor beide toetsen moet een voldoende (minimaal 6) worden gehaald.

Vereiste voorkennis

Afgerond tweede jaar bachelor.

Literatuur

Literatuur (verplicht):
• Kirsteen Kim, Joining in with the Spirit: Connecting World Church
and Local Mission, SCM-Epworth 2010.

Overige literatuur zal op Canvas worden geplaatst.
Met name hoofdstukken uit Uta Andree a.o., Reforming Theology, Migrating
Church, Transforming Society: A Compendium for Ecumenical Education.
Hamburg 2017.

Algemene informatie

Vakcode G_BMISO
Studiepunten 6 EC
Periode P4
Vakniveau 200
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit Religie en Theologie
Vakcoördinator prof. dr. H.E. Zorgdrager
Examinator prof. dr. H.E. Zorgdrager
Docenten prof. dr. H.E. Zorgdrager
prof. dr. F. Enns

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: