Info
| Niveau | Bachelor |
|---|---|
| Taal | Nederlands |
| Duur | 3 jaar |
| Vorm | Voltijds |
| Studiepunten | 180 EC |
| Faculteit | Faculteit der Geneeskunde (VUMC) |
Welkom bij de opleiding geneeskunde aan de Vrije Universiteit
Het onderwijsprogramma VUmc-compas, dat je gaat volgen is een uitdagend programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele ontwikkelingen in de geneeskunde en onderwijskundige inzichten. Zo is in het derde studiejaar een Engelstalige minor opgenomen, die je de gelegenheid geeft om je te verbreden of te focussen op een specifiek onderwerp naar eigen keuze en naar het buitenland te gaan. Studenten hebben actief meegedacht en meegewerkt aan de ontwikkeling van het programma.
VUmc-compas is competentiegericht en leidt artsen op die beschikken over goede medische kennis en vaardigheden. Daarmee willen wij zelfverzekerde, reflectieve en competente dokters opleiden met een hart voor én een open en inclusieve blik naar de samenleving. De groei naar zelfstandigheid en naar competente, zelfbewuste artsen met oog voor elkaar en de ander staat centraal. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en kritisch beoordelen. Ik wens je veel succes en plezier met de opleiding toe en ben benieuwd naar je ervaringen.
Dr. J. van Horssen
Directeur Bachelor Geneeskunde
De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde
De bacheloropleiding is opgebouwd uit drie opleidingsjaren.
Binnen de drie opleidingsjaren van de bachelor worden de volgende thema’s behandeld:
- Jaar 1: de volwassen mens: basiskennis die nodig is om als arts te functioneren
- Jaar 2: de ontwikkeling van de mens (man/vrouw) en de eerste beginselen van de ziekteleer
- Jaar 3: mechanismen van ziekten en klinisch redeneren
Ieder jaar van de bachelor omvat twee semesters. Ieder semester, behalve het eerste semester van het derde jaar, bestaat uit vijf cursussen.
In bachelorjaar 1 (B1) volg je naast de reguliere cursussen het traject kennismaking wetenschappelijk onderzoek 1 (KWO1) en de laatste cursus in bachelorjaar 1 (B1) is de praktijkstage zorg. In bachelorjaar 2 (B2) volg je verspreid over een semester de praktijkstage huisartsgeneeskunde terwijl in het andere semester van jaar 2 je het traject kennismaking wetenschappelijk onderzoek 2 (KWO2) volgt.
Bachelorjaar 3 bestaat uit een minor- en een majorgedeelte. In het eerste semester is er ruimte voor profilering en verbreding van de student door een minor naar eigen keuze te volgen aan een Nederlandse of buitenlandse universiteit, gevolgd door een individuele bachelorthesis op een zelfgekozen onderwerp. In het tweede semester komen de mechanismen van veel voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de orde. In het bachelor programma staan drie leerlijnprogramma’s centraal: Medisch Expert, Academische Vorming en Professionele Ontwikkeling. Dit onderwijs omvat onder meer communicatieve vaardigheden, klinisch redeneren, wetenschappelijke vorming, professioneel gedrag, interculturalisatie, ethiek & recht.
De basiseenheid van onderwijs in de bachelor is de week en gaat vaak uit van het verhaal van de patiënt. Naast colleges zijn er practica waarin je specifieke vaardigheden aanleert. In alle jaren wordt gewerkt aan studieopdrachten tijdens de studiegroepbijeenkomsten. Door middel van dit activerende, kleinschalige onderwijs leer je aanvankelijk simpele en later meer complexe problemen te analyseren, op te lossen en te presenteren.
Onderwijsvormen van de bacheloropleiding
Hoorcolleges
Tijdens het openingscollege wordt het weekthema ingeleid. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Tijdens de colleges wordt de studiestof nader toegelicht. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, en in de maatschappij in relatie tot het weekthema en welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Tijdens de klinisch redeneercolleges wordt specifiek aandacht besteed aan de complexe klacht(en) van een patiënt, hoe die systematisch te analyseren en via de diagnose tot een therapie te komen. De klinisch redeneercolleges worden ondersteund door de practica, waarin het klinisch redeneren onder leiding van een docent in klein groepsverband (max. 12 studenten) wordt geoefend.
Studiegroepen
In de studiegroep (12 studenten) analyseer je een patiënt- of ander (bv. pathofysiologisch) probleem op methodische wijze. Je leert onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken en verband te leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. In de eerste twee jaar zijn er in de eerste drie weken van een cursus per week twee studiegroepbijeenkomsten. Tijdens de eerste bijeenkomst vindt er een brainstorm plaats over de verschillende opdrachten van de week en tijdens de tweede bijeenkomst worden de uitgewerkte studieopdrachten gepresenteerd aan elkaar. In het derde jaar is er één studiegroep bijeenkomst per week, waarbij de opzet gebaseerd is op “team based learning” en begeleid door clinici. De uitkomsten/vragen uit deze studiegroepen worden besproken met een medisch specialist uit de discipline in meet-the-expert bijeenkomst.
Studieopdrachten
Tijdens de studiegroep worden de studieopdrachten behandeld. Zij helpen je bij de bestudering van de stof en bij de ontwikkeling van het kritisch nadenken. Na de eerste bespreking van de studieopdrachten worden leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen worden aan de hand van de studieopdracht in groepjes van drie studenten uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je met behulp van de literatuur de studieopdrachten uit en bereid je een presentatie daarover. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je vervolgens de resultaten van je zelfstudie over jouw studieopdracht.
Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben, zoals verdieping van de aangeboden stof, het aanleren van competenties of voorbereiding op de stages.
Practica zijn kleinschalig en dienen in de meeste gevallen voorbereid te worden.
Digitale werkvormen
Tijdens het onderwijs wordt tevens gebruik gemaakt van digitale werkvormen, bijvoorbeeld e-learnings
Professionele ontwikkeling, Medisch expert en Academische vorming
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de leerlijnen “Professionele ontwikkeling”, “Medisch expert” en “Academische Vorming”. Bachelorstudenten reflecteren op hun individuele professionele ontwikkeling middels het portfolio. Gedurende het semester wordt feedback verzameld op het professioneel gedrag door de tutor en medestudenten. Je schrijft een individueel ontwikkelplan op basis van deze feedback en stelt persoonlijke leerdoelen op welke je bespreekt met de tutor.
De leerlijn “Academische Vorming” is door het gehele onderwijsprogramma vervlochten. Er wordt tijdens de gehele bachelor aandacht besteed aan het kritisch lezen van wetenschappelijke literatuur, statistische analyse van data en de verslaglegging hiervan. Zo volg je in het eerste jaar het kennismaking wetenschappelijk onderzoek 1 (KWO1) traject waarbij je kennis maakt met een wetenschapper en meer inzicht krijgt in het wetenschappelijk onderzoek. In jaar twee volg je het kennismaking wetenschappelijk onderzoek 2 (KWO2) traject waarbij je een kritische evaluatie schrijft over een maatschappelijk thema. Bij de start van het derde jaar kunnen studenten onder andere kiezen voor één van de door de opleiding aangeboden Engelstalige minoren waar de wetenschappelijke vorming nadrukkelijke aandacht krijgt. De bachelorthesis wordt aan het eind van het eerste semester van jaar 3 afgerond.
In de leerlijn Medisch expert staan klinische vraagstukken centraal. Je leert meer over ziektebeelden, klinisch redeneren en er is specifieke aandacht voor (farmaco)therapie en leefstijl. In verschillende practica leer je lichamelijk onderzoek en eerste hulpvaardigheden te verrichten. In het eerste jaar loop je stage in een zorginstelling waarbij interprofessioneel leren centraal staat en in het tweede jaar volg je de praktijkstage huisartsgeneeskunde.
De meeste cursussen worden afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT) waarin aan de hand van leerdoelen, jouw kennis, inzicht en klinisch redeneren wordt getentamineerd. De parate kennistoets (PAK) toetst belangrijke kennis die een arts onmiddellijk paraat dient te hebben De toetsen stationstentamen (STAT) en stagebeoordeling (STB) toetsen de medische vaardigheden resp. functioneren in de medische praktijk. De groei van de Professionele ontwikkeling wordt getoetst via beoordelingen van Professioneel Gedrag (PG) en Portfolio (PTF). Met de Bachelorthesis laat je zien dat je in staat bent om op basis van door jou zelf uitgevoerd literatuuronderzoek een wetenschappelijke verhandeling in correct wetenschappelijk Engels uit te voeren.
Praktijkstages
Zowel in het eerste als in het tweede opleidingsjaar volg je stages in de praktijk.
Tijdens de zorgstage loop je stage in een zorginstelling (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, verpleeghuis, revalidatiecentrum of een psychiatrisch ziekenhuis). Je voert praktijktaken uit, je observeert professioneel gedrag en je werkt mee op de afdeling als verpleeghulp. Je maakt kennis met de zorg en oefent in communicatie, krijgt inzicht in de problemen van patiënten en leert professioneel omgaan met patiënten, collega’s, taken en jezelf.
In het tweede opleidingsjaar volg je twee stages: de praktijkstage huisartsgeneeskunde en de praktijkstage academische vorming.
De praktijkstage huisartsgeneeskunde bestaat uit 6 dagen, verspreid over het eerste of het tweede semester van het tweede studiejaar. Je voert praktijktaken uit binnen een huisartsenpraktijk onder directe supervisie van een huisarts. Daarnaast zijn er practica (stage-practica), waarin de stage en de praktijktaken worden besproken. Je voert de praktijktaken alleen of samen met een medestudent uit. De huisarts/docent beoordeelt de uitvoering van de taak en geeft feedback.
Het kennismaking wetenschappelijk onderzoek (KWO) volg je in het eerste studiejaar. Je voert praktijktaken uit op een onderzoeksafdeling onder begeleiding van een wetenschappelijk onderzoeker. Daarnaast volgt je practica “Academische Vorming”, zoals literatuur zoeken, refereren en wetenschappelijk schrijven in het Engels.
Info
| Niveau | Bachelor |
|---|---|
| Taal | Nederlands |
| Duur | 3 jaar |
| Vorm | Voltijds |
| Studiepunten | 180 EC |
| Faculteit | Faculteit der Geneeskunde (VUMC) |
Welkom bij de opleiding geneeskunde aan de Vrije Universiteit
Het onderwijsprogramma VUmc-compas, dat je gaat volgen is een uitdagend programma waarin je wordt opgeleid tot een uitstekende dokter. VUmc-compas sluit goed aan bij jouw vooropleiding en is gebaseerd op actuele ontwikkelingen in de geneeskunde en onderwijskundige inzichten. Zo is in het derde studiejaar een Engelstalige minor opgenomen, die je de gelegenheid geeft om je te verbreden of te focussen op een specifiek onderwerp naar eigen keuze en naar het buitenland te gaan. Studenten hebben actief meegedacht en meegewerkt aan de ontwikkeling van het programma.
VUmc-compas is competentiegericht en leidt artsen op die beschikken over goede medische kennis en vaardigheden. Daarmee willen wij zelfverzekerde, reflectieve en competente dokters opleiden met een hart voor én een open en inclusieve blik naar de samenleving. De groei naar zelfstandigheid en naar competente, zelfbewuste artsen met oog voor elkaar en de ander staat centraal. Vanaf dag één van je studie kom je in contact met patiënten. Daarbij leer je niet alleen alles over het afnemen van een anamnese en het stellen van een diagnose, maar je leert ook hoe je het beste kunt communiceren met een patiënt. Je leert samenwerken en kritisch beoordelen. Ik wens je veel succes en plezier met de opleiding toe en ben benieuwd naar je ervaringen.
Dr. J. van Horssen
Directeur Bachelor Geneeskunde
De opbouw van de bacheloropleiding geneeskunde
De bacheloropleiding is opgebouwd uit drie opleidingsjaren.
Binnen de drie opleidingsjaren van de bachelor worden de volgende thema’s behandeld:
- Jaar 1: de volwassen mens: basiskennis die nodig is om als arts te functioneren
- Jaar 2: de ontwikkeling van de mens (man/vrouw) en de eerste beginselen van de ziekteleer
- Jaar 3: mechanismen van ziekten en klinisch redeneren
Ieder jaar van de bachelor omvat twee semesters. Ieder semester, behalve het eerste semester van het derde jaar, bestaat uit vijf cursussen.
In bachelorjaar 1 (B1) volg je naast de reguliere cursussen het traject kennismaking wetenschappelijk onderzoek 1 (KWO1) en de laatste cursus in bachelorjaar 1 (B1) is de praktijkstage zorg. In bachelorjaar 2 (B2) volg je verspreid over een semester de praktijkstage huisartsgeneeskunde terwijl in het andere semester van jaar 2 je het traject kennismaking wetenschappelijk onderzoek 2 (KWO2) volgt.
Bachelorjaar 3 bestaat uit een minor- en een majorgedeelte. In het eerste semester is er ruimte voor profilering en verbreding van de student door een minor naar eigen keuze te volgen aan een Nederlandse of buitenlandse universiteit, gevolgd door een individuele bachelorthesis op een zelfgekozen onderwerp. In het tweede semester komen de mechanismen van veel voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de orde. In het bachelor programma staan drie leerlijnprogramma’s centraal: Medisch Expert, Academische Vorming en Professionele Ontwikkeling. Dit onderwijs omvat onder meer communicatieve vaardigheden, klinisch redeneren, wetenschappelijke vorming, professioneel gedrag, interculturalisatie, ethiek & recht.
De basiseenheid van onderwijs in de bachelor is de week en gaat vaak uit van het verhaal van de patiënt. Naast colleges zijn er practica waarin je specifieke vaardigheden aanleert. In alle jaren wordt gewerkt aan studieopdrachten tijdens de studiegroepbijeenkomsten. Door middel van dit activerende, kleinschalige onderwijs leer je aanvankelijk simpele en later meer complexe problemen te analyseren, op te lossen en te presenteren.
Onderwijsvormen van de bacheloropleiding
Hoorcolleges
Tijdens het openingscollege wordt het weekthema ingeleid. Er wordt een patiënt gepresenteerd die past bij dit weekthema. Doel is het leren begrijpen van de klacht van de patiënt tegen de achtergrond van zijn persoonlijke situatie. Tijdens de colleges wordt de studiestof nader toegelicht. Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen die gaande zijn in het wetenschappelijk onderzoek, en in de maatschappij in relatie tot het weekthema en welke betekenis deze ontwikkelingen hebben voor het toekomstig functioneren als arts. Tijdens de klinisch redeneercolleges wordt specifiek aandacht besteed aan de complexe klacht(en) van een patiënt, hoe die systematisch te analyseren en via de diagnose tot een therapie te komen. De klinisch redeneercolleges worden ondersteund door de practica, waarin het klinisch redeneren onder leiding van een docent in klein groepsverband (max. 12 studenten) wordt geoefend.
Studiegroepen
In de studiegroep (12 studenten) analyseer je een patiënt- of ander (bv. pathofysiologisch) probleem op methodische wijze. Je leert onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken en verband te leggen met relevante literatuur of opvattingen van de meest betrokken vakgebieden. In de eerste twee jaar zijn er in de eerste drie weken van een cursus per week twee studiegroepbijeenkomsten. Tijdens de eerste bijeenkomst vindt er een brainstorm plaats over de verschillende opdrachten van de week en tijdens de tweede bijeenkomst worden de uitgewerkte studieopdrachten gepresenteerd aan elkaar. In het derde jaar is er één studiegroep bijeenkomst per week, waarbij de opzet gebaseerd is op “team based learning” en begeleid door clinici. De uitkomsten/vragen uit deze studiegroepen worden besproken met een medisch specialist uit de discipline in meet-the-expert bijeenkomst.
Studieopdrachten
Tijdens de studiegroep worden de studieopdrachten behandeld. Zij helpen je bij de bestudering van de stof en bij de ontwikkeling van het kritisch nadenken. Na de eerste bespreking van de studieopdrachten worden leerdoelen geformuleerd. Deze leerdoelen worden aan de hand van de studieopdracht in groepjes van drie studenten uitgewerkt. Tijdens de zelfstudie werk je met behulp van de literatuur de studieopdrachten uit en bereid je een presentatie daarover. In de tweede bijeenkomst van de studiegroep presenteer je vervolgens de resultaten van je zelfstudie over jouw studieopdracht.
Practica
Practica kunnen verschillende doelen hebben, zoals verdieping van de aangeboden stof, het aanleren van competenties of voorbereiding op de stages.
Practica zijn kleinschalig en dienen in de meeste gevallen voorbereid te worden.
Digitale werkvormen
Tijdens het onderwijs wordt tevens gebruik gemaakt van digitale werkvormen, bijvoorbeeld e-learnings
Professionele ontwikkeling, Medisch expert en Academische vorming
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de leerlijnen “Professionele ontwikkeling”, “Medisch expert” en “Academische Vorming”. Bachelorstudenten reflecteren op hun individuele professionele ontwikkeling middels het portfolio. Gedurende het semester wordt feedback verzameld op het professioneel gedrag door de tutor en medestudenten. Je schrijft een individueel ontwikkelplan op basis van deze feedback en stelt persoonlijke leerdoelen op welke je bespreekt met de tutor.
De leerlijn “Academische Vorming” is door het gehele onderwijsprogramma vervlochten. Er wordt tijdens de gehele bachelor aandacht besteed aan het kritisch lezen van wetenschappelijke literatuur, statistische analyse van data en de verslaglegging hiervan. Zo volg je in het eerste jaar het kennismaking wetenschappelijk onderzoek 1 (KWO1) traject waarbij je kennis maakt met een wetenschapper en meer inzicht krijgt in het wetenschappelijk onderzoek. In jaar twee volg je het kennismaking wetenschappelijk onderzoek 2 (KWO2) traject waarbij je een kritische evaluatie schrijft over een maatschappelijk thema. Bij de start van het derde jaar kunnen studenten onder andere kiezen voor één van de door de opleiding aangeboden Engelstalige minoren waar de wetenschappelijke vorming nadrukkelijke aandacht krijgt. De bachelorthesis wordt aan het eind van het eerste semester van jaar 3 afgerond.
In de leerlijn Medisch expert staan klinische vraagstukken centraal. Je leert meer over ziektebeelden, klinisch redeneren en er is specifieke aandacht voor (farmaco)therapie en leefstijl. In verschillende practica leer je lichamelijk onderzoek en eerste hulpvaardigheden te verrichten. In het eerste jaar loop je stage in een zorginstelling waarbij interprofessioneel leren centraal staat en in het tweede jaar volg je de praktijkstage huisartsgeneeskunde.
De meeste cursussen worden afgesloten met een cursusafhankelijke toets (CAT) waarin aan de hand van leerdoelen, jouw kennis, inzicht en klinisch redeneren wordt getentamineerd. De parate kennistoets (PAK) toetst belangrijke kennis die een arts onmiddellijk paraat dient te hebben De toetsen stationstentamen (STAT) en stagebeoordeling (STB) toetsen de medische vaardigheden resp. functioneren in de medische praktijk. De groei van de Professionele ontwikkeling wordt getoetst via beoordelingen van Professioneel Gedrag (PG) en Portfolio (PTF). Met de Bachelorthesis laat je zien dat je in staat bent om op basis van door jou zelf uitgevoerd literatuuronderzoek een wetenschappelijke verhandeling in correct wetenschappelijk Engels uit te voeren.
Praktijkstages
Zowel in het eerste als in het tweede opleidingsjaar volg je stages in de praktijk.
Tijdens de zorgstage loop je stage in een zorginstelling (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, verpleeghuis, revalidatiecentrum of een psychiatrisch ziekenhuis). Je voert praktijktaken uit, je observeert professioneel gedrag en je werkt mee op de afdeling als verpleeghulp. Je maakt kennis met de zorg en oefent in communicatie, krijgt inzicht in de problemen van patiënten en leert professioneel omgaan met patiënten, collega’s, taken en jezelf.
In het tweede opleidingsjaar volg je twee stages: de praktijkstage huisartsgeneeskunde en de praktijkstage academische vorming.
De praktijkstage huisartsgeneeskunde bestaat uit 6 dagen, verspreid over het eerste of het tweede semester van het tweede studiejaar. Je voert praktijktaken uit binnen een huisartsenpraktijk onder directe supervisie van een huisarts. Daarnaast zijn er practica (stage-practica), waarin de stage en de praktijktaken worden besproken. Je voert de praktijktaken alleen of samen met een medestudent uit. De huisarts/docent beoordeelt de uitvoering van de taak en geeft feedback.
Het kennismaking wetenschappelijk onderzoek (KWO) volg je in het eerste studiejaar. Je voert praktijktaken uit op een onderzoeksafdeling onder begeleiding van een wetenschappelijk onderzoeker. Daarnaast volgt je practica “Academische Vorming”, zoals literatuur zoeken, refereren en wetenschappelijk schrijven in het Engels.
Info
| Niveau | Bachelor |
|---|---|
| Taal | Nederlands |
| Duur | 3 jaar |
| Vorm | Voltijds |
| Studiepunten | 180 EC |
| Faculteit | Faculteit der Geneeskunde (VUMC) |