Media, leiderschap en filosofische taalvaardigheid

2019-2020

Doel vak

De student ontwikkelt vaardigheden in het scherp en treffend analyseren
en beargumenteren van bepaalde standpunten in uiteenlopende talige
contexten, zoals die in media, bestuur en bedrijf. Er wordt bovendien
niet alleen gelet op passende methoden van logische argumentatie, maar
juist ook op de retorische kracht van het geschreven en gesproken woord.
Hierbij zullen uiteenlopende spreek- en schrijfstijlen de revue
passeren. De student ontwikkelt door een combinatie van retorische vorm
en logische inhoud effectieve invloedstijlen waarmee vorm gegeven kan
worden aan leiderschap in media, bestuur en bedrijf.

Inhoud vak

We beginnen met een filosofische reflectie op het verschijnsel taal. Hoe
verhoudt de formele-linguïstische kant van taal zich tot de inzet van
taal in verschillende concrete praktijken? Effectief taalgebruik vereist
van de spreker of schrijver een domein- of omgevingsbewustzijn. We
zullen dit illustreren aan de hand van aansprekende voorbeelden van
taalgebruik in diverse contexten, zoals die van de wetenschap en de
publieke ruimte. De relevante verschillen tussen het geschreven en het
gesproken woord komen hierbij eveneens aan de orde.

Om effectieve en overtuigende betoogstijlen te kunnen ontwikkelen is het
van belang affiniteit te hebben met zowel de logische als retorische
kant van de taal. Nadat we de opkomst van logica en retorica in de
klassieke oudheid besproken hebben, richten we ons allereerst op de
logos. Aan de hand van het werk van Stenmark maken we kennis met
verschillend concepten van rationaliteit en bespreken we welke concept
voor welke praktijk het meest geschikt is. Daarna komt het inhoudelijk-
argumentatief delibereren aan de orde. We gaan in op analytisch-logische
deliberatie, en kijken ook naar het Kantiaanse oordeelsvermogen en
Aristoteles’ phronesis als voorbeelden van intuïtieve deliberatie.

Naast de logos is juist ook de retorische kracht van een betoog van
groot belang. In het derde deel staat daarom de retorica centraal. We
maken kennis met diverse betoogstructuren, vormen en stijlen. Ook gaan
we in op het belang van ethos en pathos. Kernvraag is steeds wat nodig
is om een bepaalde inhoud aansprekend en treffend voor het voetlicht te
brengen. Vertrekpunt vormen invloedrijke teksten over retorica uit de
oudheid, zoals die van Aristoteles en Cicero.

Het laatste gedeelte bestaat uit gastcolleges van gezaghebbende denkers
en bestuurder in media, bestuur en bedrijf. De gastsprekers brengen een
tekst in die sterk samenhangt met hun eigen praktijk. Vervolgens wordt
besproken hoe taal in genoemde praktijk aansprekend en doeltreffend kan
worden ingezet.

Onderwijsvorm

De werkwijze zal afwisselend bestaan uit hoor- en tekstcolleges,
individuele opdrachten (schrijven van een redevoering en een recensie),
en gastcolleges.

Toetsvorm

De toetsing is een combinatie van een schriftelijk examen, het schrijven
van een redevoering en recensie, en actieve participatie tijdens alle
colleges. De weging van de verschillende onderdelen is als volgt:
Schriftelijk examen (70%)
Redevoering (20%)
Participatie/Oefeningen (10%)

Literatuur

Uitgangspunt vormen teksten van de hierboven genoemde denkers en
sprekers. Op Canvas verschijnt een overzicht van de specifieke
literatuur.

Overige informatie

Studenten worden geacht alle colleges bij te wonen.

Algemene informatie

Vakcode W_MA_CBMLT
Studiepunten 6 EC
Periode P1+2
Vakniveau 500
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Faculteit der Geesteswetenschappen
Vakcoördinator dr. ir. G.J.E. Rutten
Examinator dr. ir. G.J.E. Rutten
Docenten dr. ir. G.J.E. Rutten

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Voor dit vak kun je last-minute intekenen.

Werkvormen Hoorcollege
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: