Algemene informatie
| Vakcode | P_MPDPRIN3 |
|---|---|
| Studiepunten | 3 EC |
| Periode | P4+5 |
| Vakniveau | 500 |
| Onderwijstaal | Nederlands |
| Faculteit | Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch. |
| Vakcoördinator | dr. E.J. Prast |
| Examinator | dr. E.J. Prast |
| Docenten | |
|
Onderdeel van opleiding(en)
Gebruik pijltjestoetsen om door de lijst te navigeren, Enter om te selecteren, en Escape om te sluiten.
|
|
Praktische informatie
Voor dit vak moet je zelf intekenen. De inteken- en afmeldtermijnen staan op VU.nl
Voor dit vak geldt een maximum aantal deelnemers van 80.
Doel vak
Hieronder staan de leerdoelen voor de vak aangegeven per stap van dedifferentiatiecyclus.
Onderwijsbehoeften Vaststellen
1. De student kan met behulp van kwantitatieve en (waar van toepassing)
kwalitatieve methoden in kaart brengen wat de beginsituatie is t.o.v. de
leerdoelen voor de groep als geheel en voor leerlingen met een
benedengemiddeld, gemiddeld en bovengemiddeld rekenniveau.
2. De student kan met behulp van kwalitatieve methoden zoals analyse van
dagelijks rekenwerk of een diagnostisch gesprek vaststellen wat de
onderwijsbehoeften zijn van leerlingen met een gemiddeld of
benedengemiddeld rekenniveau (dit hoeft dus nog niet voor leerlingen met
een bovengemiddeld rekenniveau).
Doelen Stellen
3. De student kan evalueren of de lesdoelen uit de methode aansluiten
bij de beginsituatie van de groep als geheel en bij de beginsituatie van
leerlingen met een gemiddeld, benedengemiddeld en bovengemiddeld
rekenniveau. De student kan de leerdoelen zo nodig aanpassen en de
gemaakte keuzes verantwoorden. Voor leerlingen met een bovengemiddeld
rekenniveau hoeven nog geen aanvullende doelen te worden opgesteld.
Gedifferentieerde Instructie
4. De student kan een lesplanning maken met een gedifferentieerde
instructie waarbij wordt ingespeeld op de uiteenlopende
instructiebehoeften in de gehele groep (brede klassikale instructie) en
op de specifieke instructiebehoeften van leerlingen met een lager
rekenniveau (verlengde instructie / pre-teaching). Voor leerlingen met
een bovengemiddeld rekenniveau hoeft de student nog geen specifieke
instructie te plannen.
5. De student kan de gemaakte keuzes op het gebied van instructie in
eigen of andermans lessen analyseren, evalueren en verantwoorden met
verwijzing naar algemene en vakspecifieke didactische principes en
literatuur
Gedifferentieerde Verwerking
6. De student kan analyseren en evalueren in hoeverre
verwerkingsactiviteiten (zoals aangeboden door de methode) passen bij de
leerdoelen en bij de onderwijsbehoeften van leerlingen met een
gemiddeld, benedengemiddeld en bovengemiddeld rekenniveau en kan deze
waar nodig aanpassen en/of aanvullen.
7. De student kan de gemaakte keuzes op het gebied van verwerking in
eigen of andermans lessen analyseren, evalueren en verantwoorden met
verwijzing naar algemene en vakspecifieke didactische principes en
literatuur
Evaluatie
8. De student kan evalueren of de leerdoelen bereikt zijn op basis van
kwantitatieve en (waar van toepassing) kwalitatieve methoden
9. De student kan een gegeven les evalueren en op basis daarvan
reflecteren op het eigen handelen als leerkracht en op de
onderwijsbehoeften van de leerlingen in toekomstige lessen.
Inhoud vak
In de Pedagogisch Didactische Principes (PDP) vakken verwerf jeverdiepende theoretische kennis die je in staat stelt het pedagogisch en
didactisch handelen in de klas gericht te trainen, met een gedegen
inzicht in wat bekend is over de effectiviteit van veel gebruikte
principes en procedures. Dit stelt je in staat als leraar in de klas
bewuste en geïnformeerde keuzes te maken en een effectieve leeromgeving
te creëren voor een diversiteit aan leerlingen. Je werkt onder
begeleiding van onderwijskundigen en pedagogisch-didactische experts aan
kennis over effectieve routines voor het lesgeven en manieren waarop
deze toegepast kan worden. De leerstof in de PDP-vakken loopt zoveel
mogelijk parallel met de stage en de intervisie. Tijdens de stage oefen
je de observatie en toepassing van deze routines en tijdens de
tweewekelijkse intervisiebijeenkomsten reflecteer je op deze toepassing
met als doel je eigen handelen te begrijpen, kritisch te analyseren en
onderbouwd te verbeteren.
Goed kunnen differentiëren, dat wil zeggen het optimaal afstemmen van je
onderwijs op de onderwijsbehoeften van leerlingen (ongeacht zijn of haar
beginniveau), is de kern van goed lesgeven. Binnen de PDP-vakken staat
leren differentiëren centraal. We formuleren de leerdoelen daarom binnen
deze vakken aan de hand van de differentiatiecyclus, waarbij leerdoelen
gericht zijn op (1) onderwijsbehoeften vaststellen, (2) doelen stellen,
(3) gedifferentieerde instructie, (4) gedifferentieerde verwerking en
(5) evaluatie van proces en voortgang. Bij ieder PDP-vak komt dit model
weer aan bod waarbij er steeds meer diepgang zal komen in iedere fase.
In ieder PDP-vak staat steeds een specifieke vakinhoud centraal. Dit
zijn achtereenvolgens: taal, kunstzinnige oriëntatie en
bewegingsonderwijs, rekenen en zaakvakken.
In PDP3 staat differentiatie in het rekenonderwijs centraal. Waar je bij
PDP2 vooral geoefend hebt met lesgeven aan de klas als geheel, leer je
nu ook omgaan met verschillen tussen leerlingen, op basis van hun
huidige niveau van rekenvaardigheid. Daarbij ligt de nadruk op het
lesgeven aan de diverse groep als geheel (bijvoorbeeld in een brede
klassikale instructie) en op het vaststellen van en tegemoetkomen aan de
onderwijsbehoeften van leerlingen met een benedengemiddeld rekenniveau.
De onderwijsbehoeften van leerlingen met een bovengemiddeld rekenniveau
worden in dit vak wel geïntroduceerd, maar hier ga je in dit vak nog
niet uitgebreid mee oefenen. Je leert om de hele differentiatiecyclus te
doorlopen: vaststellen van beginsituatie, leerdoelen en
onderwijsbehoeften, geven van een gedifferentieerde brede klassikale
instructie en verlengde instructie of pre-teaching aan leerlingen met
benedengemiddeld rekenniveau, selecteren en zo nodig aanpassen of
aanvullen van de verwerkingsmaterialen, en evalueren van de
leeruitkomsten en van de les. Uiteraard staan deze stappen niet los van
de vakinhoud. Je verdiept je dus tijdens dit vak en op je stage ook in
de didactiek van het vak rekenen.
Aanvullende informatie onderwijsvormen
Hoorcolleges (2 uur per week), werkgroepen (2 uur per week, metverplichte deelname) en zelfstudie (8 uur per week).
Toetsvorm
Het cijfer voor de cursus wordt bepaald op basis van een individueleschriftelijke eindopdracht. Deze bestaat uit een onderbouwd lesplan voor
een gedifferentieerde rekenles in de eigen stageklas en een evaluatie
van de gegeven les, inclusief verbeterpunten. De eindopdracht wordt
beoordeeld met een cijfer tussen 1 en 10.
Vereiste voorkennis
Er zijn geen formele ingangseisen, dus geen vakken die je verplicht moethebben afgerond voordat je aan dit vak begint. Wel gaan we er van uit
dat je de vakken PDP1 en PDP2 gevolgd hebt en tegelijkertijd met dit vak
stage loopt.
Literatuur
Tijdens de cursus wordt gewerkt met het volgende boek:Van de Weijer-Bergsma, E. Van Luit, J. E. H., Prast, E. J., Kroesbergen,
E. H. et al. (2016). Differentiëren in het rekenonderwijs: Hoe doe je
dat in de praktijk? Graviant Scientific and Educational books,
Doetinchem. ISBN: 9789491337628
Aanvullende literatuur, zoals wetenschappelijke artikelen en mogelijk
nog een boek, wordt t.z.t. via Canvas bekend gemaakt.