Passend Onderwijs

2018-2019

Doel vak

Aan het einde van de cursus kan de student:
- Begrijpen en uitleggen hoe de regelgeving en organisatie van het
werkveld van het onderwijs in Nederland in elkaar steekt, inclusief de
relevante ontwikkelingen in relatie tot het beleidskader passend
onderwijs.
- Benoemen en uitleggen van de rol en werkzaamheden van de
gedragswetenschapper met diverse cliëntgroepen in het (speciaal)
onderwijs.
- Benoemen en uitleggen van de impact van de meest recente
ontwikkelingen betreffende het beleidskader Passend Onderwijs op het
werk van de gedragswetenschapper.
- Toepassen en uitleggen van wetenschappelijke inzichten betreffende het
onderzoeken en kwantificeren van leervorderingen, intelligentie en
leerpotentieel.
- Beschrijven, analyseren en toepassen van de diagnostiek en behandeling
van onderwijsleerproblemen.
- Uitleggen en toepassen van wetenschappelijke inzichten betreffende de
diagnostiek en behandeling van specifieke (leer)stoornissen op het
gebied van gedrag en sociaal-emotionele problemen, executieve functies,
motivatie, spellen, lezen, en rekenen.
- Toepassen van de methodologische cyclus van handelingsgerichte
diagnostiek, in de vorm van verslaglegging van een diagnostisch traject
en het maken en analyseren van mogelijke behandelplannen.
- Het begrip ouderbetrokkenheid definiëren en verschillende vormen
onderscheiden en uitleggen.

Inhoud vak

Sinds 1 augustus 2014 is in Nederland de wet Passend Onderwijs van
kracht. Deze wet bepaalt dat er voor ieder kind een passende plek in het
onderwijs beschikbaar moet zijn. In eerste instantie wordt daarbij
gestreefd naar een plek binnen het reguliere onderwijs, ook voor
kinderen met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften
(bijvoorbeeld als gevolg van een leer- of gedragsstoornis, of een
fysieke of mentale beperking). Dat betekent nogal wat voor de
onderwijszorg binnen het reguliere onderwijs. Voor kinderen met
specifieke ondersteuningsbehoeften moet een ontwikkelingsperspectief
worden opgesteld, waarin wordt beschreven welke onderwijsdoelen kunnen
worden gerealiseerd en welke ondersteuning daarbij nodig is.
Leerkrachten krijgen bovendien te maken met een grotere diversiteit aan
leerlingen in hun klas, wat een groot beroep doet op hun
pedagogisch-didactische vaardigheden. Deze cursus richt zich op de taken
en verantwoordelijkheden van de orthopedagoog binnen deze
onderwijsvernieuwingen. We zien de orthopedagoog daarbij als een
‘scientist-practitioner’, dat wil zeggen, als een wetenschappelijk
geschoold praktijkwerker, die zoveel als mogelijk gebruik maakt van
methoden en werkwijzen waarover wetenschappelijke informatie beschikbaar
is en wat bewezen doelmatig en doeltreffend is.
Deze cursus behandelt de competenties van de orthopedagoog op
verschillende niveaus: leerling, leerkracht/klas, ouder, school en
bovenschools. Je leert bijvoorbeeld onderwijs- en
ondersteuningsbehoeften in kaart brengen van leerlingen met specifieke
stoornissen en beperkingen. Je maakt kennis met handelingsgericht en
opbrengstgericht werken. Er wordt aandacht besteed aan
leerkrachtprofessionalisering en aan de samenwerking met ouders en
jeugdzorg. Ook meer beleidsgerichte onderwerpen komen aan bod, zoals het
werken binnen een samenwerkingsverband van reguliere en speciale scholen
en het deelnemen aan ZorgAdviesteams.

Het vak borduurt voort op kennis uit de B1-cursus ‘Leerling Onderwijs
Begeleiding' en bereidt voor op de mastercursus 'Opvoeding en onderwijs
in de 21ste eeuw' waarin de theoretische onderbouwing van leer- en
gedragsproblemen aan de orde zal komen. Daarnaast biedt het vak een
stevige kennisbasis
aan studenten die van plan zijn om in de master een klinische stage in
het onderwijsveld te gaan doen.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges en werkgroepen

Toetsvorm

- Tentamen (open vragen; beslaat 50% van het eindcijfer);
- Twee verplichte opdrachten (opdracht 1 moet ‘voldaan’ moeten
zijn om de cursus af te kunnen ronden en studiepunten toegekend te
krijgen; opdracht 2 beslaat 50% van het eindcijfer).
- Het tentamen en opdracht 2 kunnen elkaar niet compenseren. Dat
wil zeggen: ze moeten beiden voldoende zijn om de cursus af te kunnen
ronden en studiepunten toegekend te krijgen.
- De deelresultaten zijn uitsluitend geldig in het studiejaar
waarin de resultaten behaald zijn.

Literatuur

Combinatie van boeken en (digitale) artikelen, in elk geval:
- Verschueren, K., Koomen, H. (2016). Handboek Diagnostiek in de
leerlingenbegeleiding. Antwerpen – Apeldoorn: Garant. (NB. Verschijnt
zomer 2016!)
- Jong, de, P., Koomen, H. (2011). Interventies bij
onderwijsleerproblemen. Antwerpen – Apeldoorn: Garant.
- Pameijer & Beukering (2015): Handelingsgerichte diagnostiek in het
onderwijs. Leuven – Den Haag: Acco

Meer informatie volgt via Canvas.

Overige informatie

De colleges zullen (mede) worden gegeven door gastdocenten. Het vak
Passend Onderwijs kan gebruikt worden als gedeeltelijke invulling van de
registratie- eisen "diagnostische processen en modellen" en
"behandelingsprocessen en modellen". Dit vak kan meetellen voor de
registratie-eisen NVO

Afwijkende intekenprocedure

Studenten dienen zich via VUnet zelf in te tekenen voor alle onderwijsactiviteiten van dit vak.

Algemene informatie

Vakcode P_BPASOND
Studiepunten 6 EC
Periode P2+3
Vakniveau 300
Onderwijstaal Nederlands
Faculteit Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Vakcoördinator dr. M. Huizinga
Examinator dr. M. Huizinga
Docenten dr. M. Huizinga
dr. A.F. Kortekaas-Rijlaarsdam

Praktische informatie

Voor dit vak moet je zelf intekenen.

Werkvormen Hoorcollege, Werkgroep
Doelgroepen

Dit vak is ook toegankelijk als: