SG_algemeen

Geneeskunde

2018-2019

Het masterprogramma bestaat uit 3 masterjaren met coschappen als onderwijseenheden en is verdeeld in 3 delen: het voorbereidend coschap, de coschapfase en het profileringsjaar.

Er is een vaste volgorde en opbouw in het masterprogramma. die loopt van de beschouwende en snijdende disciplines, interne geneeskunde en heelkunde in het eerste masterjaar, naar een extramuraal blok aan het einde van het tweede masterjaar. Het derde masterjaar is een profileringsjaar dat je op verschillende manieren kunt samenstellen. De wetenschappelijke stage en het keuzeonderwijs (jaar 3) kunnen aan het begin van het eerste masterjaar of aan het einde van het derde masterjaar gedaan worden.

Info

Niveau Master
Taal Nederlands
Duur 3 jaar
Vorm Voltijd
Studiepunten 180 EC
Faculteit VUmc
Masterjaar 1 en 2 geneeskunde M15
Omschrijving
Coördinatoren masterjaar 1 en 2: Mw. drs. M.A.R. Streep- Kooiman en mw.
drs. K. Reefman.
e-mail: master.gnk@vumc.nl

Masterjaar 1 en 2 omvatten coschappen als onderwijseenheden: het
voorbereidend coschap en de coschapfase. Op 5 momenten in het programma
vindt bij de start van het coschap Klinisch Trainings Onderwijs (KTO)
plaats; in totaal 14 weken. Het KTO volg je gedurende 4 maal 3 weken
voorafgaand aan de coschappen interne geneeskunde, heelkunde,
neurologie&psychiatrie en verloskunde/gynaecologie & kindergeneeskunde
op 1 vaste locatie in VUmc of in één van de drie topklinische
partnerziekenhuizen.
Na het KTO loop je het coschap vervolgens in VUmc of 1 van de
partnerziekenhuizen of instellingen in de onderwijsregio van VUmc. De 2
KTO weken voorafgaand aan het coschap ouderengeneeskunde vinden voor
alle studenten plaats in het KTC in VUmc. Het coschap Ouderengeneeskunde
volg je in een van de verpleeghuizen in de onderwijsregio.

Tijdens de coschappen traint de coassistent, begeleid door AIOS en
stafleden, zijn vaardigheden op de werkplek Tijdens het KTO wordt een
groep studenten begeleid door (vaste) KTO-docenten.

Uitgangspunt in de opzet van het programma is dat je voldoende
patiëntcontacten hebt zodat je bekend raakt met de zorgvraagstukken
rondom gezondheid en ziekte beschreven in het Raamplan Artsopleiding
2009, die in VUmc-Compas zijn geformuleerd als klinische condities.
Inhoudelijk biedt het de mogelijkheid om je langdurig te verdiepen in
patiëntcasuïstiek en patiënten longitudinaal te volgen. Deze opzet biedt
ook de mogelijkheid om voldoende kennis en vaardigheden op te doen
rondom chronische patiëntproblematiek.

Voorbereidend coschap: 6 weken

Coschappen:
Interne geneeskunde: 3 weken KTO, 9 weken coschap: totaal 12 weken.
Heelkunde: 3 weken KTO, 9 weken coschap: totaal 12 weken.
Neurologie & Psychiatrie: 3 weken KTO, 6 weken coschap neurologie, 6
weken coschap psychiatrie: totaal 15 weken.
Verloskunde/gynaecologie & kindergeneeskunde: 3 weken KTO, 6 weken
coschap verloskunde/gynaecologie, 6 weken coschap kindergeneeskunde:
totaal 15 weken.
Keel, Neus en Oorheelkunde: 2 weken coschap.
Oogheelkunde: 2 weken coschap.
Dermatologie: 2 weken coschap.
Ouderengeneeskunde: 2 weken KTO, 3 weken coschap: totaal 5 weken.
Huisartsgeneeskunde: 6 weken coschap.
Sociale geneeskunde: 2 weken coschap.
5 Dagdelen intervisie en 2 symposia (naar keuze, uit 4 georganiseerde
symposia).

Werkvormen
Tijdens het Klinisch Trainings Onderwijs (KTO) is er expliciet tijd en
aandacht voor klinisch redeneren op basis van klinische condities en
bijbehorende ziektebeelden en voor het aanleren van discipline
specifieke vaardigheden. Voorts vindt er eenmaal per week een centrale
onderwijsdag plaats waarin de medisch specialisten het onderwijs
verzorgen in het Klinisch Trainings Centrum (KTC) van VUmc. Daarnaast
vindt er tijdens de centrale onderwijsdagen farmacotherapieonderwijs en
onderwijs in het kader van Professionele Ontwikkeling (PO) plaats.
Aan het eind van het KTO maak je een formatieve entreetoets voor de
overgang naar het coschap en ontvang je een formatieve beoordeling
‘functioneren op de werkplek’. Mede o.b.v. de uitkomsten van de toets en
beoordeling, stel je zelf leerdoelen op voor het coschap welke je
bespreekt met de KTO-docent en, bij aanvang van het coschap, met je
coschapbegeleider.

Tijdens het coschap leer je als coassistent in het ziekenhuis en in de
extramurale praktijk. Je werkt onder supervisie in het (poli)klinisch
behandelteam of met de huisarts, arts ouderengeneeskunde of sociaal
geneeskundige. Je neemt bij patiënten een anamnese af en verricht
zelfstandig het lichamelijk onderzoek. Je doet voorstellen voor
aanvullend onderzoek, verricht onder supervisie voorbehouden handelingen
en verdiept je in de behandeling van de patiënt. Daarbij zorg je ervoor
dat je voldoende chronische patiënten ziet. Hiernaast zal je ook
patiënten presenteren, bedside teaching volgen en doe je tijdens elk
coschap ofwel een referaat ofwel een Critical Appraisal of a Topic
(CAT). Bij een CAT formuleer je een klinische vraagstelling en beoordeel
je de bijpassende literatuur.
Daarnaast maak je bij elk coschap een opdracht farmacotherapie en volg
je 2 symposia per masterjaar; je kiest zelf welke 2 symposia je wilt
volgen, waarbij je kunt kiezen uit 4 symposia die per masterjaar
georganiseerd worden. Je vraagt tijdens de coschappen actief om feedback
en laat dit registreren in je digitaal portfolio. Kennis van de
klinische condities, vaardigheden en professioneel gedrag worden
geïntegreerd toegepast en met de 'eindbeoordeling functioneren op de
werkplek’ beoordeeld op het basisartsniveau. Het leren tijdens avond-,
weekend-, en soms ook nachtdiensten zijn onderdeel van de opleiding tot
basisarts en zullen onderdeel uitmaken van de coschappen.
Er komen gedurende masterjaar 1 en 2 diverse thema’s rondom
Professionele Ontwikkeling (PO) aan bod en er vindt 5 maal intervisie
plaats, waarin je reflecteert op ervaringen in de coschappen.

Feedback en Toetsing
Het voorbereidende coschap wordt getoetst d.m.v. een stagebeoordeling
(voornamelijk o.b.v. professioneel gedrag) en een stationstoets. De
toetsing in de KTO’s is gericht op het krijgen van feedback van je KTO-
docent en daarnaast maak je een formatieve digitale entreetoets die je
informatie geeft over je niveau van klinisch redeneren en kennis voor de
betreffende discipline.
Aan de hand van de feedback van je begeleider en de uitslag van de
entreetoets formuleer je leerdoelen voor het coschap. De leerdoelen
verzamel je in je digitaal portfolio.
In het digitaal portfolio vind je de minimumeisen voor het betreffende
coschap en formulieren voor gerichte feedback in diverse
praktijksituaties. Je dient er zelf zorg voor te dragen voldoende
feedback te verzamelen tijdens het coschap.
Elk coschap wordt getoetst met een stagebeoordeling (STB). De
stagebeoordeling valt uiteen in twee onderdelen:
1. Mondelinge of schriftelijke toets klinisch redeneren (MKR of SKR).
Tijdens de mondelinge toets klinisch redeneren word je, aan de hand van
zelf ingebrachte patiëntcases, bevraagd door een staflid van de
betreffende discipline in VUmc en uitgedaagd klinisch te redeneren. In
de patiëntcasus breng je veel chronische patiëntcasus in.
2. Functioneren op de werkplek (inclusief professioneel gedrag)

De STB wordt uitgedrukt in een cijfer (1-10), waarbij de weging van de
toetsen klinisch redeneren en functioneren op de werkplek
respectievelijk 30% versus 70% is. De studiepunten voor een
onderwijsonderdeel worden toegekend indien de toets/toetsen behorend bij
dit onderdeel met een voldoende is/zijn afgesloten.

De toetsing van professionele ontwikkeling vindt jaarlijks plaats en
bestaat uit 4 verplichte voortgangstoetsen (VGT's) en de toets
portfolio.
Het jaarlijkse tutorgesprek is 1 van de onderdelen van de toets
portfolio.
Naam vak Periode Credits Code
Coschap Dermatologie Ac. Jaar (sept) 3EC M_MCDER15
Coschap Heelkunde Ac. Jaar (sept) 18EC M_MCHK15
Coschap Huisartsgeneeskunde Ac. Jaar (sept) 9EC M_MCHAG15
Coschap Interne geneeskunde Ac. Jaar (sept) 18EC M_MCIG15
Coschap keel-, neus- en oorheelkunde Ac. Jaar (sept) 3EC M_MCKNO15
Coschap Neurologie en Psychiatrie Ac. Jaar (sept) 21EC M_MCNP15
Coschap Oogheelkunde Ac. Jaar (sept) 3EC M_MCOOG15
Coschap Ouderengeneeskunde Ac. Jaar (sept) 6EC M_MCOG15
Coschap Sociale geneeskunde Ac. Jaar (sept) 3EC M_MCSG15
Coschap verloskunde & gynaecologie en kindergeneeskunde Ac. Jaar (sept) 21EC M_MCVGK15
Professionele ontwikkeling masterjaar 1 Ac. Jaar (sept) 3EC M_M1PO15
Professionele ontwikkeling masterjaar 2 Ac. Jaar (sept) 3EC M_M2PO15
Voorbereidend coschap Ac. Jaar (sept) 9EC M_MVC15
Masterjaar 3 geneeskunde M15
Omschrijving
Jaarcoördinator masterjaar 3: mw. dr. H.E.M. Daelmans
e-mail: master.gnk@vumc.nl

Masterjaar 3 bestaat uit: de semi-artsstage, de wetenschappelijke stage
en het keuzeonderwijs. Je hebt veel keuzemogelijkheid waarmee je je kunt
profileren in een bepaalde richting. Voor iedere stage in masterjaar 3
kun je zelf een discipline kiezen uit een vast aanbod; voor de
wetenschappelijke stage of het keuzeonderwijs kun je daarnaast ook zelf
een stage regelen.

Er zijn voor M3 drie varianten die je kunt kiezen
Variant 1 bestaat uit een wetenschappelijke stage, keuzeonderwijs en een
semi-arts stage.
Variant 2 bestaat uit een verlengde wetenschappelijke stage en een semi-
artsstage.
Variant 3 bestaat uit een wetenschappelijke stage en een schakelstage
bestaand uit semi-artsstage en keuzeonderwijs in 1 discipline.
Voor meer informatie verwijzen we je naar Canvas en naar de facultaire
website (med.vu.nl).

COSCHAP, DUUR, LOCATIE, TERUGKOMONDERWIJS

Wetenschappelijke stage, 16 weken, universiteit, onderzoeksinstelling of
ziekenhuis.
Verlengde wetenschappelijke stage, 24 weken, universiteit,
onderzoeksinstelling of ziekenhuis.
Keuzeonderwijs, 8 weken, universiteit, instelling of ziekenhuis;
maximaal 2 verschillende disciplines.
Semi-arts stage, 16 weken, instelling, ziekenhuis of huisartsenpraktijk,
2 dagdelen intervisie en 2 dagen symposia (VUmc).

Wetenschappelijke stage
De wetenschappelijke stage duurt regulier zestien weken, maar kan ook
verlengd worden met acht weken keuzeonderwijs tot een totaal van 24
weken. Tijdens de wetenschappelijke stage voer je een eigen onderzoek
uit in de geneeskundige wetenschap. Je kiest zelf het onderwerp en de
afdeling en start de stage met de uitvoering van een literatuurstudie en
het schrijven van een onderzoeksvoorstel in samenspraak met jouw
stagebegeleider. Na goedkeuring van het voorstel door de Commissie
Wetenschappelijke Stages voer je (onder supervisie) alle fasen van het
onderzoek uit: data verzamelen, registreren, analyseren, interpreteren,
en over de bevindingen reflecteren en rapporteren. De toetsing bestaat
uit de beoordeling van de werkzaamheden tijdens de stage, het afrondende
stageverslag en de mondelinge presentatie van de onderzoeksresultaten.
Zowel de stagebegeleider als leden van de Commissie Wetenschappelijke
Stages zijn betrokken bij deze toetsing. Je beoordelingen en het
afrondend stageverslag samen vormen een eindwerk van de masteropleiding.

Keuzeonderwijs (KO)
Het keuzeonderwijs beslaat een periode van acht weken en kun je besteden
aan verdieping in één of meerdere vakgebieden of aan verbreding van je
scoop in disciplines die niet in de reguliere coschappen zijn
geprogrammeerd. Ook kun je je keuzeonderwijs koppelen aan je
wetenschappelijke stage of semi-artsstage.
Je kunt in deze acht weken 1 of (maximaal) 2 stages volgen. Er is een
stageaanbod beschikbaar, doch het is ook mogelijk zelf een stage te
regelen. Verdere informatie als ook het aanbod van keuzeonderwijs vind
je op Canvas, de aanmeldprocedure en de betreffende formulieren op
www.med.vu.nl. De toetsing van het keuzeonderwijs is afgestemd op het
type stage dat je doet. Zie handleiding toetsing op Canvas.

Semi-artsstage (SAS)
De semi-artsstage duurt 16 weken. Als semi-arts werk je zelfstandig
onder directe supervisie van een staflid en draag je zorg voor eigen
patiënten op de afdeling of tijdens spreekuren. Belangrijk zijn
continuïteit van zorg en het longitudinaal volgen van (chronische)
patiënten. De semiarts stage kan gedaan worden in de door de CGS/RGS
erkende specialismen en profielen waarin longitudinale patiënt follow-up
mogelijk is en extramuraal zoals bijvoorbeeld in de huisartsgeneeskunde
of ouderengeneeskunde. Gedurende de hele SAS verzamel je, net als
tijdens de coschappen, feedback. In het digitaal portfolio vind je de
minimumeisen voor de SAS en formulieren voor gerichte feedback in
diverse praktijksituaties. Je dient er zorg voor te dragen dat je
voldoet aan de eisen voordat je het coschap afrondt. Onderdeel van de
minimumeisen zijn o.a. een Critical Appraisal of a Topic (CAT) en een
klinische les, die je verzorgt voor verpleegkundigen. Indien een
klinische les niet mogelijk is, doe je hiervoor in de plaats een
referaat. De verzamelde feedback wordt, evenals je presteren op de
werkvloer en je professioneel gedrag meegenomen in het eindoordeel over
de stage.


Schakelstage
Je kunt SAS en KO in 1 discipline achter elkaar volgen als een
schakelstage. SAS en KO worden wel apart getoetst en je formuleert voor
beide onderdelen leerdoelen.


Toetsing Professionele Ontwikkeling (PO)
Aan het einde van de semi-artsstage vindt het laatste portfoliogesprek
plaats met je tutor, waarin je je portfolio (verzameldeel en Individueel
OntwikkelingsPlan, IOP) bespreekt. In het IOP reflecteer je op de
leerdoelen die je voorafgaand aan je semi-artsstage hebt opgesteld en je
beantwoordt de gestelde vragen.
Daarnaast doe je gedurende heel masterjaar 3 de landelijke
voortgangstoetsen, ben je aanwezig bij de geplande
intervisiebijeenkomsten en volg je, wederom, 2 symposia.
Naam vak Periode Credits Code
Professionele ontwikkeling masterjaar 3 Ac. Jaar (sept) 4EC M_M3PO15
Semi-arts stage Ac. Jaar (sept) 22EC M_MSAS15
Verlengde wetenschappelijke stage Ac. Jaar (sept) 34EC M_MVWS15
Wetenschappelijke stage Ac. Jaar (sept) 22EC M_MWS15